Niet Japan heeft een landbouwprobleem, maar juist Nederland!

Door: Jos Verstegen · 24 juli 2017
Categorie: Geen categorie

Waarom denk ik dat niet Japan, maar Nederland een landbouwprobleem heeft? Laat ik bij het begin beginnen met mijn uitleg. Ik schrijf dit blog in alle vroegte in de Limousine Bus onderweg van Tokyo naar de internationale luchthaven Narita. Over een uurtje of 16 hoop ik weer voet op Nederlandse bodem te zetten na een klein weekje Japan. Als visiting professor bij de Miyazaki Sangyo-keiei University is het alweer de vierde keer sinds november 2015 dat ik het land van de rijzende zon mocht bezoeken. Ondertussen heb ik al zeker tien delegaties van Japanners in Wageningen mogen ontvangen, variërende van onderzoekers, journalisten en vertegenwoordigers van allerlei bedrijven. Ook hebben we bij Wageningen Economic Research momenteel voor een half jaar een gastmedewerker uit Japan. En in oktober komt er nog één bij, om te bestuderen hoe de Nederlandse land- en tuinbouw in elkaar steekt.

Jaloers op Nederland

Je kunt dus wel stellen dat de Japanners, meer nog dan vele andere buitenlanders, mega-geïnteresseerd zijn in, zelfs jaloers zijn op, ons Nederlandse land- en tuinbouwmodel. Vanuit Japan volgde ik het Nederlandse nieuws, en dan met name het emotionele veehouderij-debat bij de Provincie Brabant, en dan lijkt het alsof de Nederlandse agrosector met haar megastallen, ammoniakemissie en Q-koorts niks goed kan doen, maar internationaal wordt daar dus met heel andere ogen naar gekeken.

Japanse landbouw in diep dal

Maar even terug naar Japan. Als je daar de opsomming van problemen hoort en naar wat statistieken kijkt, dan snap je wel waarom de Japanners alles van Nederland, de op de USA na grootste exporteur van agrarische producten ter wereld, willen weten. Japan moet ongeveer 60% van haar voedsel voor haar 124 miljoen inwoners importeren. De landbouw in Japan zelf is erg versnipperd en verouderd. Boeren hebben vaak minder dan 2 hectare waarop ze hun producten verbouwen en de productiviteit is ook nog eens erg laag. De gemiddelde boer en tuinder is 65 jaar oud en er is nauwelijks nog jeugd te interesseren voor een toekomst in de landbouw. En dat laatste is ook niet zo gek want de meeste boeren en tuinders zijn erg arm en leven van overheidssubsidies en de producten die ze van hun eigen land oogsten en binnen de dorpen onderling ruilen. In de grote steden daarentegen is er veel perspectief op goede banen voor de, doorgaans hoogopgeleide, jeugd bij de bedrijven die wij allemaal kennen (Toyota, Nokia, Honda, Fujitsu, Panasonic, Mitsubishi, Yamaha, Kubota (o.a. Kvaerneland), Oryx (o.a. Robeco), Kyocera, etcetera). Het overgrootste deel van de jeugd die in de grote miljoenensteden zoals Tokyo, Osaka en Fukuoka gaat studeren, keert daarna nooit meer terug naar de geboortegrond. Landbouwprobleem ziet er heel anders uit in JapanHet platteland verpaupert daardoor snel. Het areaal landbouwgrond loopt sterk terug, niet zoals in Nederland door stads- of natuurontwikkeling, maar simpelweg omdat de sterk vergrijsde plattelandsbevolking niet meer in staat is om het zware werk op m.n. de karakteristieke rijstterrassen uit te voeren.

Import van voedsel is relatief goedkoop

Hoe kom ik dan toch bij de titel van deze blog ‘Niet Japan heeft een landbouwprobleem maar juist Nederland!’ Op de eerste plaats wordt er nergens in Japan honger geleden. Sterker nog, Japanners zitten in de wereldtop qua levensverwachting. De economie draait op volle toeren; Japan heeft de langste periode zonder recessie van de hele wereld (ook al wordt er behoorlijk op de pof geleefd). Het importeren van voedsel gaat probleemloos en doordat dit geïmporteerde voedsel relatief goedkoop is hoeven de salarissen van werknemers bij bovengenoemde bedrijven niet al te hard te stijgen om koopkracht te behouden. Dat landbouwgrond verloren gaat is natuurlijk jammer, maar hier en daar wordt dit al opgelost door herontwikkeling van natuur. Ook is er voldoende geld bij de overheid om de arme rurale bevolking netjes ‘in leven en tevreden te houden’.

Hightech als oplossing voor arbeidstekort en lage productiviteit

Hightech ontwikkelingen in de Japanse landbouwOp de tweede plaats zie je dat Japan met hun technologie tot de wereldtop behoort. Ik refereer maar weer even aan de bovengenoemde bedrijven. Ik denk dat er maar weinig mensen op deze wereldbol zijn die niet dagelijks iets van hun technologie gebruiken. Het interessante is dat deze technologie nu heel sterk ingezet wordt in de Japanse land- en tuinbouw: gps-gestuurde zelfrijdende tractoren, combines en rijstplantmachines, robots die aardbeien plukken en meteen in bakjes inpakken én vergaand geautomatiseerde groentefabrieken (‘vertical farms’). Dit alles is pas een aantal jaren geleden ontwikkeld en nog schrikbarend duur, maar het ontwikkelproces zal snel geoptimaliseerd en opgeschaald worden waardoor met een minimale arbeidsinzet hoge kwaliteit land- en tuinbouw bedreven kan gaan worden en ook de productie-efficiëntie sterk zal verbeteren. Japanners zijn in hun aard ook erg dol op technologie en vertrouwen erop dat hiermee alle problemen opgelost kunnen worden. Typerend vond ik een uitspraak van een Japanner die zei dat gezonde voeding eigenlijk niet echt meer zo’n groot issue is, want binnenkort hebben we toch nanorobots die kankercellen kunnen verwijderen of bloedvaten opschonen. Dat is toch een geluid dat je in Nederland niet snel zult horen. Tegelijkertijd wedden ze niet op één paard; ze zijn in Japan ook heel actief bezig met gezonde voeding, door sterk in te zetten op ‘functional foods’, voedsel met extra gezonde inhoudsstoffen.

Typerend vond ik een uitspraak van een Japanner die zei dat gezonde voeding eigenlijk niet echt meer zo’n groot issue is, want binnenkort hebben we toch nanorobots die kankercellen kunnen verwijderen of bloedvaten opschonen.

Veel investeringen door overheid én hightechbedrijfsleven

Op de derde plaats zie je dat, mede aangejaagd door de overheid, de kennisinstellingen en het bedrijfsleven sterk inzetten op de ontwikkeling van de voedselvoorziening en dat dit al tot vele initiatieven en innovaties leidt; op minimaal vier plekken in Japan wordt gepoogd om een FoodValley volgens Nederlands model te vormen. Eerdergenoemde problemen in de land- en tuinbouw liggen hieraan ten grondslag, maar ook de spanningen in de regio (Noord- en Zuid-Korea) maakt dat men nadenkt over de voedselzekerheid. Tenslotte is er de politieke noodzaak om de nog steeds grote agrarische achterban tevreden te houden en weerbaar te maken als door internationale handelsverdragen lagere importheffingen komen op buitenlandse producten (zoals afgelopen maand met EPA, een handelsverdrag tussen Japan en de EU). De ontwikkeling van de voedselvoorziening gaat nog erg moeizaam (de zelfvoorzieningsgraad loopt zelfs nog terug), maar ik ben ervan overtuigd dat hier in de nabije toekomst grote slagen gemaakt gaan worden, juist bij de teelten die prima in groentefabrieken kunnen plaatsvinden. Als in Dronten de Staay Food Group binnenkort voor een redelijke prijs Nederlandse retailers van groente kan voorzien, dan moet dat met het hogere prijsniveau in Japan zeker lukken. Grote Japanse hightechbedrijven als Panasonic en Fujitsu zijn hier de aanjagers van en die weten vaak wel wat ze doen. Mijn overtuiging wordt gesterkt door het feit dat ze in Japan ook uitstekend in staat zijn om eieren te produceren. Hiermee zijn ze nagenoeg zelfvoorzienend en produceren ze dusdanig efficiënt dat ze ook voor een redelijke prijs naar Hong Kong e.d. kunnen exporteren. Om in terminologie te blijven: het feit dat ‘Japan’ internationaal staat voor hoge kwaliteit, levert deze pluimveehouders geen windeieren. Dus als je agrarische producten hebt die op industriële schaal te telen zijn, waarbij je niet teveel grond en arbeidskracht nodig hebt, dan kan Japan dit prima doen.

Door maatschappelijke begrenzing raakt Nederlandse landbouw achterop

En zodra ik het heb over ‘agrarische productie op industriële schaal’ kom ik bijna automatisch terug bij de Nederlandse land- en tuinbouw. Wij zijn immers de tweede exporteur van de wereld met name omdat wij op een zeer gerationaliseerde, vaak als industrieel geziene, wijze land- en tuinbouw bedrijven. En dit blijkt bij ons tegen maatschappelijke grenzen aan te lopen, ondanks het feit dat we op relatief kleine schaal produceren als je het vergelijkt met andere landbouwnaties, zoals Brazilië, Argentinië, Australië, de Verenigde Staten en wat dichter bij huis, Oekraïne. Tel daarbij op dat de gecontroleerde, intensieve, teelten wereldwijd door de technologische vooruitgang en opschaling bij andere ketenschakels zoals de retailers, ook sterk rationaliseren en opschalen en dat er een tendens is naar lokale voedselvoorziening en nationalisme (Brexit, ‘America First’). Dan hoef je geen waarzegger te zijn om te voorspellen dat de gecontroleerde teelten in Nederland die zich richten op de export het moeilijk gaan krijgen. Het voordeel dat we sterke agrarische ondernemers en veerkrachtige familiebedrijven hebben, weegt daarbij steeds minder op tegen de schaalvergroting en lagere kostprijs die elders gerealiseerd kunnen worden. Bot gezegd hebben we in Nederland nog vleeskuikenhouders omdat de EU de grenzen grotendeels gesloten weet te houden voor Oekraïne. Dat is niet wat je zegt ‘opereren vanuit eigen kracht’; iets wat we als agrosector toch graag willen doen.

Voorloperspositie Nederland staat op het spel

Vandaar dus ‘Niet Japan heeft een landbouwprobleem, maar juist Nederland’. De Japanners zullen de nieuwe ontwikkelingen in de land- en tuinbouw, met behulp van hightech, met open armen ontvangen en kunnen hun bedrijven nog vele jaren lang door-ontwikkelen via de ruimte die er is op de binnenlandse markt. Als een Japanner de keuze heeft en de prijsverschillen zijn niet al te groot, dan kiest de Japanner vol trots voor het binnenlandse product. Nederland daarentegen zal op haar tellen moeten passen. Natuurlijk kan de huidige sterke agrosector wel tegen een stootje en natuurlijk zullen middels allerlei innovaties ook hier allerlei nieuwe businessmodellen ontstaan, bijv. door niche-producten of door combinaties van functionaliteiten (zorgboerderijen), maar of we daarmee op termijn nog een internationaal ijzersterk ‘affiche’, zoals nu ‘tweede exporteur in de wereld’, zullen hebben, dat valt nog maar te bezien. En zonder de uitnodigingen om ons model in het buitenland te komen toelichten, wordt ook het reflecteren op onze eigen sterktes en zwaktes een stuk lastiger. O Nederland, let op u saeck.

Dit artikel is 4369 keer gelezen.
Jos Verstegen

Jos Verstegen

Werkzaam bij Wageningen Economic Research als senior onderzoeker ondernemerschap en programmaleider Business Innovation en visiting professor aan de Miyazaki Sangyo-keiei Universiteit in Japan.

Er zijn 8 reacties.

  1. Door: Tiny vd Tillaart · 25-07-2017 om 14:07

    Goed bezig Jos,
    Schud ze in Den Haag maar eens wakker.
    Grt Tiny vd Tillaart 😉

  2. Door: Lambert van Horen · 25-07-2017 om 14:45

    Hallo Jos, een blog is er om de boel op te schudden, zeker. De tegenstrijdigheid zit hem wat mij betreft hierin dat je in Japan een gecontroleerde teelt (“groentefabriek”) als oplossing noemt, terwijl het in Nederland het probleem zou zijn? Door het op een hoop gooien van plantaardige en dierlijke productie mis ik de diepgang. Daarbij komt dat (politieke) voedselzekerheid vrijwel altijd moet worden gezocht in de grote graangewassen, niet in de bladgewassen van een vertical Farm. En tenslotte, het overgrote deel van onze export gaat niet verder Nederland uit dan het aantal kilometers dat een chauffeur volgens het rijtijdenbesluit mag rijden. In de meeste naties ben je dan nog altijd binnen de landsgrenzen! Niettemin is van outside in kijken altijd een prima aanvulling op inside out.

    1. Door: Jos Verstegen · 25-07-2017 om 15:05

      Hoi Lambert, leuk om via een blog weer in contact te komen met oud-collega’s. Ik zag al reacties elders dat mijn blog aan de lange kant is. Als je dit onderwerp gaat uitdiepen wordt het waarschijnlijk een boek. Ik verwacht eerlijk gezegd niet dat groentefabrieken in Nederland een probleem zullen zijn. Punt is meer dat die grotendeels geautomatiseerde fabrieken ook ‘turn-key’ in het buitenland geplaatst zullen worden en exporteren voor Nederland dan moeilijker zal worden. Je punt t.a.v. de graangewassen is terecht. Ik wilde alleen maar aangeven dat er diverse redenen zijn geweest die er toe geleid hebben dat de Japanse regering nu extra aandacht besteed aan de binnenlandse voedselproductie. Ik denk dat de (nog steeds) grote achterban in de agrarische sector in combinatie met de wens om internationale handelsverdragen te sluiten de belangrijkste is. En dat we veel export hebben omdat we nu eenmaal een klein land zijn is zonneklaar. Maar toch gebeurt het (vooral) hier en niet een paar honderd kilometer verderop.

  3. Door: Toon Jaspers · 25-07-2017 om 17:50

    Met veel interesse gelezen Jos
    Interessant!

  4. Door: Toon Jaspers · 25-07-2017 om 19:04

    Met veel interesse gelezen Jos
    Interessant! Biodiversiteit hier holt achteruit!

  5. Door: Irene van de Voort · 27-07-2017 om 08:32

    Zijn er al Nederlandse boeren aan de slag? Wordt Japan het nieuwe Denemarken/Canada/Kenia?

    1. Door: Jos Verstegen · 27-07-2017 om 08:57

      Rob Baan (Koppert Cress) en Kiyotaka Murakami (Murakami Noen) hebben een samenwerking op het gebied van vers gekiemde planten. Hogendoorn en Hitachi werken samen bij de ontwikkeling van kassencomplexen. Ik ken nog niet echt voorbeelden van Nederlandse boeren die daar naar toe zijn gegaan. Japan heeft een vrij strikt immigratiebeleid; je ziet er nauwelijks buitenlanders. Maar vanwege het nijpende tekort aan boeren wordt hier aan gewerkt, zie bijgevoegde link (kansen voor Remeker Nippon?): https://asia.nikkei.com/Politics-Economy/Economy/Japan-desperate-for-foreign-farmers

  6. Door: Jacob van Daalen · 02-08-2017 om 21:29

    Met heel veel plezier gelezen. Interessante gedachtengang en geeft voeding aan de geest.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *