De sociale inkleuring van samenwerking in de mestmarkt

Door: Daniel de Jong · 20 augustus 2018
Categorie: Geen categorie

Sinds de invoering van de gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat in 2006 is het denken en handelen van veehouders en akkerbouwers rond samenwerking in de mestmarkt sterk veranderd. Waar het begon met ‘kopen van plaatsingsruimte’, daar werd in 2016 gewerkt aan ‘leveren van bemestingsproducten’. In dit blog laten we zien, hoe deze kanteling van een aanbodgerichte naar een vraaggerichte mestmarkt is gegroeid en wat hij betekent voor verdere kennisontwikkeling en inkleuring van samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers.

Mestinjectie

Lees meer in: Van plaatsingsruimte naar bemestingsproducten.

Hartenkreet van een bezorgd Kamerlid

De aanleiding voor het onderzoek achter dit blog is mooi verwoord in een opinieartikel van Elbert Dijkgraaf en Hans Maljaars (SGP) in Boerderij Vandaag van 11 oktober 2013:

De akkerbouw krijgt problemen door de aanscherping van gebruiksnormen. De veehouderij moet moeite doen om zijn mest kwijt te raken. Je verwacht dan een nauwe samenwerking tussen akkerbouwers en veehouders om vraag en aanbod optimaal af te stemmen. Een betere benutting van de afzetruimte is in ieders belang én ook mogelijk. Alle hens aan dek, in Den Haag, maar óók in het veld, om verarming van landbouwgrond te voorkomen. Echter, wij hebben de indruk dat de noodzakelijke samenwerking maar heel moeizaam van de grond komt. Zo komen we er niet. Daarom: werk meer en beter samen. Als aanpassing van regels nodig is om te faciliteren, werken we graag mee.

Zoektocht naar een gezamenlijke inkleuring

De samenwerking tussen twee partijen wordt niet alleen bepaald door vraag en aanbod. Onderling vertrouwen en een gezamenlijke inkleuring van de samenwerking zijn eveneens van groot belang. Om die reden gingen wij op zoek naar de sociale inkleuring die veehouders en akkerbouwers in de jaren 2005-2016 gaven aan samenwerking in de mestmarkt. We zochten antwoorden op vragen als:

  • Welke beelden hadden beide partijen bij de mestmarkt?
  • Hoe veranderden die beelden in de loop der jaren?
  • Is er inmiddels sprake van een gezamenlijk beeld?
  • Wat betekent dat voor toekomstig onderzoek en beleid?

Zoeken naar beelden in Boerderij Vandaag

Voor de beantwoording van de onderzoeksvragen hebben we een inhoudsanalyse gemaakt van 100 artikelen met de trefwoorden ‘mestmarkt’ en ‘akkerbouw’ of ‘akkerbouwers’ in Boerderij Vandaag over de periode 2005-2016. Bij de inhoudsanalyse screenden we de 100 artikelen op ‘wie zegt wat, tegen wie, waarom, en hoe indringend’. In een gemiddeld artikel kwamen 3 á 4 stakeholders met ieder hun eigen onderwerpen voorbij. Tussen de 335 referenties zaten 86 die over de samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij gingen. Deze 86 referenties hebben we beschreven als ware het een theatervoorstelling over de jaren 2005-2016 waarin de stakeholders elkaar bestookten met beelden en tegenbeelden. Zo bouwden we een prachtige basis om het verloop in de inkleuring van de samenwerking te volgen.

2005-2007: Gij zult onze mest ontvangen

Bemesting luchtfotoBij de invoering van de gebruiksnormen in 2006 stonden de verhoudingen tussen veehouderij en akkerbouw direct al onder druk. De akkerbouwers suggereerden dat zij aan scherpe gebruiksnormen werden onderworpen om de hoge nitraatuitspoeling van de veehouderij te compenseren. Zij vreesden dat de scherpe gebruiksnormen hen gewasopbrengst en kwaliteit zouden gaan kosten. De veehouders zagen de bui hangen en lanceerden een promotiecampagne om het mestgebruik te stimuleren. Deze campagne viel slecht bij de akkerbouwers: ‘Akkerbouwers weten heel goed wat de waarde van mest is voor de bodemvruchtbaarheid en de bodemkwaliteit’. De akkerbouwers hadden grote twijfels bij de zin van een campagne waarin de waarde van mest nog eens werd uitgelegd. Een hogere vergoeding voor het ontvangen van mest zou volgens de akkerbouwers een groter effect hebben. Die opmerking viel verkeerd bij de veehouders: ‘Ze draaien de varkenshouders een poot uit, tot de varkenshouders er bij neervallen. Het is gewoon een vorm van smeergeld’.

2006-2010: De ziel van de akkerbouwer

Geleidelijk werd duidelijk dat de akkerbouwer goede redenen had om geld voor plaatsingsruimte te vragen. Door regelgeving (uitrijperiodes, werkingscoëfficiënten) werd de toepassing van mest steeds meer naar het voorjaar gedrongen. De grond is dan vaak nog onvoldoende opgedroogd om met zware machines het land op te gaan. Een akkerbouwer [op klei] gaat de structuur van zijn grond niet kapot maken om iets goedkopere mest te gebruiken. Dan strooit hij liever kunstmest zonder structuurbederf. Daarnaast speelde onzekerheid over de mineralengehalten in dierlijke mest. De veehouder had er belang bij om hoge gehalten op zijn vrachtbrieven te krijgen. De akkerbouwers liepen daarmee het risico, dat ze hun gewassen minder stikstof en fosfaat gaven dan ze veronderstelden, met alle gevolgen van dien voor gewasopbrengst en kwaliteit. Voor de zekerheid strooiden ze liever kunstmest.

2011-2015: De akkerbouwer krijgt het voortouw

Mestscheiding

Mestscheiding, een bouwsteen voor het leveren van bemestingsproducten. Bron: WUR – De Marke

Onder aanvoering van staatssecretaris Henk Bleeker werd het mestbeleid in 2012 herzien. Veehouders werden verplicht om een (geleidelijk toenemend) deel van hun mestoverschot (mest waar op eigen grond geen plaatsingsruimte voor was) te verwerken of te laten verwerken. Het mes sneed aan twee kanten: (1) mestverwerkers kregen de garantie van een constante aanvoer van dierlijke mest; (2) akkerbouwers kregen keus uit verschillende mestfracties en mineralenconcentraten. Op deze manier ontstond vraagsturing vanuit de akkerbouw. Door het bredere assortiment aan bemestingsproducten werd het mogelijk de bemesting scherper af te stemmen op de bemestingssituatie en de gewasbehoefte. In retrospectief zou je kunnen zeggen dat veehouders en akkerbouwers via mestverwerking en levering van bemestingsproducten op maat een praktische modus voor samenwerking hadden gevonden.

2015-2016: Toekomstvisie Duurzame Bemesting

Even later kwam er een nieuwe uitdaging aan het licht. Door de steeds verdere aanscherping van de bemestingsnormen ontstonden bij akkerbouwers zorgen over de organische stofaanvoer. Bij afname van het organische stofgehalte in de grond loopt het bufferend vermogen voor vocht en mineralen terug en daarmee het opbrengend vermogen van de grond. CompostDit was de ‘verarming van landbouwgrond’ van het bezorgde Kamerlid aan het begin van dit blog. In haar toekomstvisie op duurzame bemesting in 2030 reikte het Nutriënten Management Instituut (NMI) een oplossing aan: ‘De bodemkwaliteit kan verbeteren door bekalking, een lagere bodembelasting met machines en door de aanvoer van organische stof met bodemverbeteraars, groenbemesters en gewasresten’. Hier dient de vraag zich aan wat de veehouderij c.q. mestmarkt kan betekenen voor het produceren van bodemverbeteraars.

Conclusies in het theatercafé

De theatervoorstelling over de jaren 2005-2016 laat zien hoe de sociale inkleuring van de samenwerking in de mestmarkt veranderde van ‘kopen van plaatsingsruimte’ naar ‘leveren van bemestingsproducten’. Er ligt een nieuwe uitdaging in het produceren van bodemverbeteraars als bouwsteen in het voorkómen van verarming van landbouwgrond. Op lokaal/regionaal niveau liggen daarvoor mogelijkheden in het integreren van akkerbouw en weidebouw. Op nationaal/Europees niveau liggen daarvoor mogelijkheden voor de productie en export van bemestingsproducten, als mengvoeders voor het bodemleven. Koolstof, in juiste mengverhoudingen met stikstof en fosfaat, verdient daarin een belangrijke plaats.

Vragen en suggesties

Heb je ervaring met het samenwerken met een akkerbouwer of veehouder en kun je je wel of niet vinden in onze bevindingen? Laat dan vooral je ervaringen hieronder achter. We horen ze graag. Of heb je nog vragen? Stel ze hieronder, we proberen ze graag te beantwoorden.

Meer informatie

Het gehele rapport vind je in de online bibliotheek van Wageningen University & Research.

 

Jan BuurmaDit artikel is geschreven door Jan Buurma. “Ik werkte (tot mijn pensioen per 17 mei 2018) als onderzoeker bij Wageningen Economic Research in Den Haag. Sinds 2005 heb ik mij toegelegd op de sociologie van innovatie. In de jaren 2008-2010 analyseerde ik het publieke debat rond gewasbescherming en bestrijdingsmiddelen. In die jaren ontwikkelde ik de dramaturgische analyse, een manier om debatten van 10 jaar samen te vatten in ‘theatervoorstellingen’ van 10 minuten. In de jaren 2010- 2015 reconstrueerde ik de ontstaansgeschiedenis van het Beter Leven kenmerk van de Dierenbescherming. Daarmee kreeg ik zicht op de dynamiek achter verduurzaming van voedselketens. Samen met modellenbouwers bouwde ik een agent-gebaseerd model om de werking van voedselketens als ‘complex adaptief systeem’ nog beter te begrijpen. In de jaren 2012-2018 concentreerde ik mij op de rol van ondernemerstypen in het realiseren van transities naar energiezuinige glastuinbouw en naar geïntegreerde gewasbescherming. Begin 2018 schreef ik een ‘getuigschrift’ van mijn 40-jarige loopbaan bij Wageningen Economic Research en zijn rechtsvoorgangers (LEI, LEI-DLO, LEI Wageningen UR). In het getuigschrift laat ik zien hoe je als bedrijfseconomisch onderzoeker in allerlei omstandigheden kunt bijdragen aan innovatie en innovatieprocessen.” Referentie: Buurma, J.S. (2018). Van honingraat tot bijensterfte; 40 jaar kennis-pionieren in agrarische transities. Den Haag, Wageningen Economic Research, speciale uitgave.

Daniel de Jong

Onderzoeker stad-land relaties

Er zijn 3 reacties.

  1. Door: Karel Eigenraam · 23-08-2018 om 07:57

    Jan Bokhorst heeft eens een project gedraaid wat “mest als kans” heette. Daar kwam uit dat mest optimaal werkt als het gecomposteerd wordt. Wanneer de regels voor mest en compost de compostering van mest mogelijk maken, heeft een ieder daar voordeel bij. En niet in de laatste plaats het bodemleven.

  2. Door: Daniël de Jong · 27-08-2018 om 09:28

    Het klopt inderdaad dat regelgeving, zeker als je terugkijkt naar een decennia mestmarkt, een van de belangrijke sturende factoren is. Dat zal in de toekomst ook wel zo blijven. Voor vernieuwingen zullen er dus ook barrières in regelgeving overwonnen moeten worden.

  3. Door: henky · 11-09-2018 om 17:30

    tsja, wat is een akkerbouwer? Vaak denken we aan de typische akkerbouwgebieden met verschillende teelten. Maar in een groot deel van ons land zitten de akkerbouwers tussen de veehouderij en zijn gespecialiseerd in 1 of 2 teelten. Deze bollen-nomaden en aardappel-cowboys hebben vaak alleen een korte termijn belang nl veel winst maken. Als alleen geld bepalend is in een samenwerking dan duurt dat meestal niet lang!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *