Wel of geen grasland in vruchtwisseling met bouwland?

Door: Pieter de Wolf · 19 september 2018
Categorie: Geen categorie

Veel melkveebedrijven bestaan grotendeels uit grasland en een deel snijmaïs, als belangrijkste onderdelen van het rantsoen van de koeien. De snijmaïs wordt vaak jaar op jaar op hetzelfde perceel geteeld. Het is evident dat jarenlange maïsteelt op hetzelfde perceel grote nadelen heeft: de opbrengst loopt terug met soms wel 20%, het organische stofpercentage daalt gaandeweg en de nitraatuitspoeling neemt toe. Het afwisselen van snijmaïs met grasland blijkt een adequate oplossing voor genoemde problemen in de snijmaïsteelt. Een belangrijk risico is wel de uitspoeling van stikstof als grasland wordt omgeploegd: de snijmaïs neemt de vrijkomende stikstof uit de graszode niet allemaal op.

Snijmaïs in vruchtwisseling met gras

Op gangbare melkveebedrijven is het gebruikelijk om snijmaïs jarenlang op hetzelfde perceel te telen. Omdat dit steeds meer tot problemen leidt met de bodemkwaliteit en de opbrengst, is er interesse in concepten waarin snijmaïs geteeld wordt in een vruchtwisseling met gras, eventueel aangevuld met andere akkerbouwgewassen. Er zijn echter allerlei vragen bij het scheuren van grasland, niet alleen over de kosten en baten, maar ook over de gevolgen voor de bodemkwaliteit en emissies van koolstof en stikstof. Om die te beantwoorden hebben we het onderzoek van de afgelopen decennia dat hiernaar gedaan is op een rijtje gezet door middel van een literatuurstudie en het interviewen van experts die bezig zijn met lopend onderzoek.

Uit de literatuurstudie en de expertinterviews komt naar voren dat graslandvernieuwing relatief kostbaar is en dat het moment van graslandvernieuwing veel invloed heeft op de koolstof- en stikstofverliezen.

Graslandvernieuwing is kostbaar

Dat graslandvernieuwing relatief kostbaar is, betreft niet alleen de directe kosten, maar ook de gemiste opbrengst na het scheuren. Uit onderzoek blijkt dat grasland productief kan blijven in lengte van jaren, waardoor graslandvernieuwing weinig winst oplevert. Hoogstens kan door nieuwe, betere grasrassen een beperkte extra opbrengst gerealiseerd worden.

Echter, praktijkervaringen laten zien dat de productiviteit van grasland vaak na verloop van tijd afneemt, waardoor graslandvernieuwing wel degelijk een behoorlijk positief effect kan hebben en economisch gezien ook uit kan. Het is niet eenduidig aan te wijzen wat de oorzaak is van dit verschil tussen onderzoek en praktijk. Er zijn aanwijzingen dat het graslandbeheer in de praktijk niet optimaal is, waardoor o.a. bodemverdichting en beschadiging van de zode optreden. Dat leidt tot teruglopende opbrengsten, die na graslandvernieuwing weer op het oude niveau terugkomen.

Koolstof- en stikstofverliezen

In de situatie waarin grasland vernieuwd wordt omdat de productiviteit terugloopt, is het scheurmoment van grote invloed op de verliezen van koolstof en stikstof. Hoe ouder het grasland, hoe meer koolstof en stikstof zijn vastgelegd in de zode en hoe meer er vrijkomt. De koolstof verdwijnt als CO2 in de lucht, maar de vrijkomende stikstof leidt tot grote emissierisico’s. Als indicatie: bij grasland van 5 jaar en ouder komt er meer vrij dan een volgend gewas kan opnemen, ook als er na dit gewas een stikstofvanggewas [1] wordt geteeld. Ook vanuit de ondernemer gezien is het jammer om stikstof kwijt te raken via emissies.

Slimme keuzes maken

Beslisboom vruchtwisseling

De huidige praktijk bij melkveehouders bestaat uit een deel van het land continuteelt van maïs en de rest blijvend grasland. Een andere optie die vaak voorkomt is 5 tot 10 jaar gras en dan af en toe 1 tot 3 jaar bouwland (maïs, bollen, aardappelen). Beide mogelijkheden kunnen beter losgelaten worden uit perspectief van koolstof- en stikstofverliezen. Om koolstof- en stikstofverliezen te beperken is het beter  om te kiezen voor kortdurend grasland (maximaal 4 jaar, al dan niet met klaver) met een slimme keus van volggewassen (waaronder maïs), en daarnaast blijvend grasland, wat zo beheerd wordt dat graslandvernieuwing overbodig is. Dit kan naast elkaar: een deel van het melkveebedrijf bestaat dan uit blijvend grasland, een ander deel uit tijdelijk grasland in wisselbouw met snijmaïs. Economisch gezien is het voordeel dat de opbrengst van snijmaïs stijgt, terwijl de opbrengst van tijdelijk grasland bij goed beheer gelijk is aan blijvend grasland. De kosten voor graslandvernieuwing nemen wel toe als er meer tijdelijk grasland komt. De totale economische gevolgen zullen per bedrijf verschillen. De mogelijke keuzes zijn door mij en collega-onderzoekers van Wageningen University & Research uitgewerkt in een beslisboom.

Vragen en suggesties

Dit project was onderdeel van de PPS (Publiek-Private Samenwerking) Ruwvoerproductie en bodemmanagement.

Heb je interesse in dit onderwerp, heb je vragen of ideeën? Schrijf ze hieronder, we komen graag in contact.

 

[1] Deze gewassen nemen de stikstof op die vrijkomt na het hoofdgewas. Deze stikstof komt het volgende seizoen weer vrij, omdat het vanggewas niet wordt geoogst, maar wordt ondergewerkt in de grond en daar verteert.

Pieter de Wolf

Pieter de Wolf

Senior praktijkonderzoeker / projectleider verduurzaming landbouw

Er is één reactie

  1. Door: Henk pol · 09-10-2018 om 08:10

    In dit artikel wordt alleen uitgegaan van ploegen en daarna inzaaien van mais/ gras . Bij no till systemen voorkom je veel van de problemen die in dit artikel besproken worden. Met name ondergronds strokenploegen waar ondergronds toch nog iets aan structuur verbetering gedaan wordt is het mogelijk mais te telen daarna gras in te zaaien(doorzaai) met 1 grondbewerking die de zode minimaal verstoord alleen in de wortelzone van de plant vindt er mineralisatie plaats en die wordt optimaal benut.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *