Balans tussen selectie en natuurlijke variatie binnen rassen

“Wat is een ras?”, vroeg iemand mij. Dat is een simpele vraag, maar hij blijkt lastig te beantwoorden, zelfs door wetenschappers. Ik heb wel eens iemand horen zeggen: “Een ras is een ras als genoeg mensen zeggen dat het een ras is”. We gebruiken vaak de definitie ‘een ras is een populatie verwante dieren die uiterlijke kenmerken gemeenschappelijk hebben en doorgeven aan de nakomelingen’. In de wetenschappelijke literatuur zijn meer, vaak vergelijkbare definities te vinden.

Rasdier

Wat maakt dat wij ons zo om de verschillende rassen bekommeren? Alles door elkaar is toch ook leuk? Een rasdier heeft vaak toch wel voordelen. De verwachte eigenschappen staan redelijk vast, of dat nu uiterlijke kenmerken (kleur / grootte) of melk-, ei- of vleesproductie aanleg zijn. Ook eigenschappen die beter zijn voor het welzijn zoals minder veterinaire ingrepen bij de geboorte, of dieren die niet gevoelig zijn voor bepaalde ziektes, zijn vastgelegd binnen een ras. Hoe je op gewenste eigenschappen kunt selecteren, legt Yvonne Wientjes uit in haar blog. Zo zijn er koeien die van nature hoornloos zijn en waarvan dus de kalfjes ook zonder horens geboren worden. Daardoor hoef je de kalveren dus niet meer te onthoornen. Dat is veiliger voor de veehouder en hun soortgenoten. Als je binnen een schapenras de ouderdieren kiest met relatief kortere staarten, heb je minder kans dat er poep aan de staart blijft hangen waardoor de kans kleiner is dat vliegenlarven voor huidproblemen kunnen zorgen.

wur_4628_nl_schaapskudde_lr

Herder met zijn kudde schapen, zie ook NPO2 documentaire ‘De stress van de herder

Je kunt ook onbedoelde fokrichtingen vanuit het verleden de goede kant op sturen, een richting zoals bij het luxe vleesvee de afgelopen jaren in gang gezet is. Veel van deze kalveren komen via een keizersnede op de wereld omdat het bekken van de moederkoe vaak te nauw is voor het kalf. Maar het kan anders. Er blijkt namelijk variatie te zitten in de bekkenruimte van een dier en dit kenmerk gaat van de ouders over op de kinderen. Als we nu dus kiezen voor dieren met een ruim bekken, dan kunnen over ca. 5 generaties de kalveren ook weer gewoon via de natuurlijke weg geboren worden. Ditzelfde geldt trouwens ook voor gebreken die momenteel voorkomen in sommige hondenrassen. Ook die gebreken zijn door het verstandig kiezen van de ouderdieren weer omkeerbaar.

Hoe gaan we daar verstandig mee om?

We hebben in Nederland heel veel rassen van veel diersoorten. Rund, varken, schaap, pluimvee, paard, geit vind je het meest in de veehouderij. We fokken ook veel huisdieren, zoals honden en katten. We kiezen binnen een ras dan die dieren die het beste presteren op een aantal vooraf bepaalde eigenschappen (kenmerken) om de volgende generatie beter te krijgen. Dat is bij huisdieren niet anders dan bij landbouwhuisdieren, zoals in een eerdere blog uitgelegd is door Ilse van Grevenhof. Maar om dat te kunnen doen, moet je natuurlijk wel weten wat je doel is. Bovendien moet de populatie (groep dieren) groot genoeg te zijn om de beste ouderdieren te kunnen kiezen. Daarbij moet je je verstand gebruiken.

Een brede genetische basis is essentieel

Als iedereen nakomelingen van die ene mooie kampioenshengst wil, dan zijn straks alle veulens familie van elkaar. En we weten dat het paren binnen families risico’s op erfelijke gebreken met zich mee brengt. Het advies luidt niet voor niets om geselecteerde ouderdieren van verschillende afstamming met elkaar te paren. Toch blijft het mensenwerk. Fokken is ook emotie. Tja, en dan wordt niet altijd verstandig geredeneerd. Ik verwijs daarom graag naar het Leerboek Fokkerij of het handboek Inteelt en verwantschap bij rashonden. Dat geeft praktische fokadviezen op basis van wetenschappelijk onderzoek.

wur_nl_koeien_lakenvelder_4525_lr

Cultureel levend erfgoed

Tijden veranderen. De rassen die een halve eeuw geleden voor ons voedsel zorgden, zijn voor het grootste deel vervangen door productievere rassen. Tegelijkertijd betekent dat dat de rassen van toen in aantal achteruit gegaan zijn. Door die gekrompen populatieomvang kunnen er dus problemen ontstaan als gevolg van inteelt en het verlies van biodiversiteit. We zijn daarom ook heel blij met de vele gepassioneerde houders die zich inzetten om deze vaak minder rendabele rassen te behouden. Als we ons dierlijk erfgoed levend willen houden, dan moet het publiek het immers wel zien en waarderen. Daar zetten we ons voor in!

Samenvattend

Genetische diversiteit is belangrijk voor het behoud van rassen en een bron van nieuwe eigenschappen én inspiratie voor de toekomst. Zonder behoud en optimale benutting van genetische diversiteit (dieren met verschillen in hun genetische achtergrond) verliezen we rassen en eigenschappen die altijd belangrijk zijn geweest en in de toekomst ingezet kunnen worden. Daarnaast willen we ons cultureel levend erfgoed, zoals oude rassen van planten en (landbouw)huisdieren in Nederland in stand houden. Het CGN geeft regelmatig cursussen en seminars voor iedereen die iets kan betekenen voor het instandhouden van rassen, of passie heeft voor dit onderwerp. Samen richten we ons op een duurzame toekomst, voor plant, dier en boom! Op vrijdag 11 november is er ‘De dag van de Genetische Diversiteit’. Deze vindt plaats in Ouwehands Dierenpark, te Rhenen.”

Rita Hoving-Bolink

Rita Hoving-Bolink

Projectleider bij Wageningen Livestock Research en ook werkzaam voor het Centrum voor Genetische bronnen Nederland (CGN) van WUR

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *