Efficiëntie in de veehouderij; wat kan ik daar aan doen?

De voorspellingen zijn dat er in het jaar 2050 ruim 10 miljard mensen gevoed moeten worden. Dat is voor veel sectoren een uitdaging op zich, zo ook in de veehouderij. De wereldwijde veehouderij is volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN verantwoordelijk voor 14,5 procent van alle uitstoot van broeikasgassen. Daardoor krijg ik vaak de vraag waarom we eigenlijk nog vlees eten als deze sector zoveel bijdraagt aan de klimaatsverandering. Zelf denk ik dat het voor omnivoren, zoals de mens, heel natuurlijk is om (wat) vlees aan ons dieet toe te voegen. Maar buiten wat ik daar zelf van vind, is er een nog altijd wereldwijd een toenemende vraag naar vleesproducten. Met die groeiende vraag, kan ik me dus beter bezig houden met: Hoe kan ik als onderzoeker bijdragen aan de efficiëntie in de veehouderij?

Als ik erbij vertel dat ik onderzoeker ben in de fokkerij en genetica, denken sommige mensen al snel aan het maximaliseren van melk- en vleesproductie Of ze denken zelfs dat ik iets magisch doe met genetische modificatie. Maar niets daarvan lijkt op wat ik nastreef voor dierwelzijn en efficiëntie in de veehouderij. Waar ik mij wel mee bezig houd is het gebruiken van de verschillen tussen dieren. Natuurlijke verschillen, ofwel variatie, die overal en bij alle diersoorten voorkomt. Bij mensen is er op ieder kenmerk wel variatie te vinden. Variatie zoals grotere oren, of juist smalle lippen, ronde billen, aanleg voor spieropbouw of hersens die goed zijn in het aanleren van talen. Doordat iedereen een eigen bouwpakketje heeft, is iedereen ergens anders goed in. Daardoor wordt de een topsporter, de ander lerares Engels en weer een ander is goed in het ontwerpen van gebouwen. chicken_pig_rabbit

In de veehouderij selecteren we dieren die geschikte bouwpakketjes hebben voor het doel dat we nastreven. Zo’n doel bestaat vaak uit wel 30 verschillende kenmerken, waaronder o.a. beenwerkproblemen, karkassamenstelling, levensduur en moeder eigenschappen. Deze geselecteerde dieren mogen dan zorgen voor nakomelingen, ofwel de volgende generatie. Gemiddeld genomen zal de volgende generatie net iets beter of evengoed dan zijn ouders zijn op al die verschillende kenmerken.

Een van de doelen die we door selectie proberen na te streven richt zich op efficiëntie in de hele veehouderij. Zodat de koeien veel minder broeikasgassen uitstoten, of varkens minder voer nodig hebben. Om dat te bereiken kijken we met zorg en toewijding hoe het lichaam van bijvoorbeeld een varken of een kip het voer omzet in vlees en welke voedingsstoffen daarbij (ongebruikt) uitgescheiden worden. Dan blijkt dat de ene kip met minder voer en minder uitgescheiden voedingsstoffen toch goed blijft groeien en lekker in zijn vel zit. Kijk, dat zijn interessante gegevens om mee verder te gaan. Als we dan van zo’n dier ook nog het DNA bekijken en zien dat die eigenschappen voor efficiëntie en duurzaamheid genetisch bepaald zijn, hebben we weer een aanknopingspunt.

Natuurlijk zijn dit grote projecten waarmee we met verbetering van de Nederlandse veestapel maar een stukje kunnen bijdragen aan de wereldwijde voedselvoorziening, daarom werken we in dit project samen met wel 8 andere EU landen. Het is een interessante samenwerking tussen Europese onderzoeksinstituten en bedrijven, daardoor blijft de toepassing hoog in het vaandel en zal de invoering van nieuwe resultaten slecht in minimale tijd doorgevoerd kunnen worden. In deze samenwerking richten we ons op een aantal expertises die de handen bij een slaan. We zullen diervoeding ontwikkelen, voer efficiëntie en genetica van dieren bestuderen en verbeteren. Mijn bijdrage is gericht op de invloed van genetica in een multidisciplinaire setting. Multidisciplinair, dus rekening houdend met de omgevingsomstandigheden. Welk voer krijgen ze? En hoeveel hebben ze tot hun beschikking? Samen richten we ons op een duurzamere toekomst!

Wil je meer weten van dit project, kijk dan op www.feed-a-gene.eu! Natuurlijk ontvang ik graag reacties of ideeën omtrent ons project!

Ilse van Grevenhof

Even voorstellen... Met een achtergrond als onderzoeker fokkerij en genetica werk ik op het project ‘Feed-a-Gene’, een EU-project dat zich richt op het verbeteren van efficiëntie en duurzaamheid in de veehouderij. Wat mij zo intrigeert aan dit project is het multidisciplinaire karakter, samen komen we verder. Ik kijk er naar uit om steeds nieuwe mensen te ontmoeten. Loop gerust eens binnen, de deur staat open!

Er zijn 4 reacties.

  1. […] ik zal uitleggen waar al die mogelijkheden toe kunnen leiden. Zoals Ilse van Grevenhof al in haar blog vertelde, willen we in de fokkerij de beste dieren selecteren om nakomelingen voort te brengen. […]

  2. […] te krijgen. Dat is bij huisdieren niet anders dan bij landbouwhuisdieren, zoals in een eerdere blog uitgelegd is door Ilse van Grevenhof. Maar om dat te kunnen doen, moet je natuurlijk wel weten wat […]

  3. […] In eerdere blogs is al uitgelegd dat we in de fokkerij de beste ouders selecteren om nakomelingen voort te brengen (meer achtergrondinformatie in de blog van Yvonne Wientjes). Met het selecteren van de beste ouders kunnen we kenmerken verbeteren. Een kenmerk dat erg interessant is voor een duurzame koe is de efficiëntie. Als een dier efficiënter omgaat met haar voer, dan zullen er ook minder verliezen zijn in bijv. de mest of in de uitstoot van broeikasgassen. Dit maakt haar duurzamer (meer achtergrondinformatie in de blog van Ilse van Grevenhof). […]

  4. […] van de huidige dieren gebruikt om toekomstige dieren blijvend te verbeteren (zie ook de blogs over ‘Efficiëntie in de veehouderij’ en ‘Fokkerij en […]

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *