Nederland kampioen in benutten van co-producten

Door: Gert van Duinkerken · 15 december 2016
Categorie: Diervoeding, Veehouderij en omgeving

Ik hoor geregeld mensen praten over de “competitie tussen feed en food”. Ze vragen zich af waarom we dieren voeren met producten die ook voor menselijke consumptie geschikt zijn, terwijl er gebieden in de wereld zijn met voedselschaarste. Een logische vraag.

Maar klopt het wel dat dieren als voedselconcurrent van de mens moeten worden gezien? In een duurzame voedselketen zijn dieren om twee redenen erg belangrijk. Op de eerste plaats benutten ze voor mensen niet geschikte biomassa (bijvoorbeeld gras) en zetten die om in hoogwaardige, wel voor mensen geschikte producten. Herkauwers zijn daarvan een goed voorbeeld. Op deze manier kunnen we land dat niet geschikt is voor voedselgewassen (de zogenaamde “marginale” gronden) toch benutten voor voedselproductie.

Van weinig waarde naar waardevol

Wellicht minder bekend is dat dieren ook veel co-producten en reststromen van de voedselproductie én voedselconsumptie benutten. Dieren zijn uitstekend in staat om dat voor ons om te zetten in hoogwaardig voedsel zoals melk, vlees en eieren. Eerder dit jaar rondde Hannah van Zanten haar promotieonderzoek af naar het gebruik van marginale gronden, reststromen en co-producten in de veehouderij. Prachtig onderzoek! Hannah laat zien dat landgebruik en het volledig benutten van plantaardige grondstoffen veel efficiënter en duurzamer zijn als dieren onderdeel uitmaken van de voedselproductieketen. Hannah berekende dat, als we marginale gronden, reststromen en co-producten optimaal willen benutten, 21 gram van de 57 gram eiwit die een mens gemiddeld per dag nodig heeft van dierlijke oorsprong zou moeten zijn.

Consumptiepatroon bepaalt reststromen

Ons Nederlandse vee eet ook veel producten die mensen niet kunnen eten. Denk aan de koeien die het gras uit ons veenweidegebied omzetten in vlees en melk. En aan de grote hoeveelheid co-producten van de voedselindustrie. Om die te kunnen benutten, vervullen dieren een belangrijke rol. Pas als we met z’n allen geen producten met suiker meer eten, geen vruchtensappen en bier meer drinken, geen olie meer in de keuken gebruiken en zelfs geen patat meer eten, wordt het anders. Dan hebben we immers ook geen co-producten meer daarvan.

Ruim helft veevoer zijn co-producten

De Nederlandse diervoedersector gebruikt meer dan 300 verschillende grondstoffen om veevoer samen te stellen. Met zo’n rijk palet aan grondstoffen maken ze voor elk dier de voeding die precies aansluit bij zijn behoefte. Jaarlijks gebruikt de Nederlandse diervoederindustrie maar liefst 9,5 miljoen ton co-producten uit de levensmiddelen-, dranken- en bio-ethanolindustrie. Dat is ruim 50% van de totale hoeveelheid mengvoedergrondstoffen en door diervoederbedrijven geleverde enkelvoudige voeders. (bron: Nevedi, 2016). Nederland heeft veel co-producten dichtbij beschikbaar vanwege de omvangrijke Nederlandse voedings- en biobased industrie. Én we zijn gericht op duurzame productie en weten hoe we die stromen op een goede manier kunnen inzetten. In sommige diervoeders bestaat tweederde deel van de grondstoffen zelfs uit co-producten.

Naar een circulaire bio-economy

Door de aandacht van het Nederlandse onderzoek en bedrijfsleven voor het gebruik van co-producten in de veevoeding boeken we vooruitgang in het sluiten van kringlopen en het terugdringen van grondstofverlies. Daarmee gaan we verspilling van waardevolle grondstoffen tegen en werken we richting een circulaire bio-economy.

Dit artikel is 1716 keer gelezen.
Gert van Duinkerken

Gert van Duinkerken

“...voor praktijkgerichte innovaties op het gebied van diervoeding”

Er zijn 2 reacties.

  1. Door: Maarten van Rees, Accountmanager Dier Wageningen Academy · 04-01-2017 om 10:03

    Interessante post!

    De daaruit voortkomende discussie lijkt me ook interessant;
    – Welke competitie bestaat en ontstaat er in de co-producten stroom, bvb met biogas dmv vergisting? En hoe bepaal je de dan de juiste afzet van die co-producten?
    – Rechtvaardigt het efficiënte gebruik van marginale gronden en co-producten het gebruik van grote hoeveelheden grondstoffen die geïmporteerd worden voor de mengvoederindustrie en soms (in)direct gelinkt zijn aan ontbossing of andere ongewenste activiteiten?

    1. Door: Gert van Duinkerken · 27-12-2017 om 11:42

      In de zogenaamde “waardepyramide” hebben feed en food een relatief hoge positie en heeft bio-energie een lage positie. Dat wil zeggen dat de toegevoegde waarde van biomassa gebruik voor feed en food toepassingen hoger is dan voor bio-energie. zie ook: http://www.biobasedeconomy.nl/wp-content/uploads/2011/05/piramide1.png. Het zou zonde zijn om voedingsstoffen (zoals eiwitten) uit de voedselketen te halen en voor relatief “laagwaardige” doeleinden zoals energieproductie in te zetten.

      Inderdaad is er in Europa steeds meer aandacht voor het gebruik van regionale (d.w.z. Europese) voeders, met name eiwitten. Beter gebruik van Europese reststromen en co-producten is daar een mooi voorbeeld van. Overigens is de duurzaamheid (bijv. de “carbon footprint”) van regionale voeders niet per definitie gunstiger dan van diervoedergrondstoffen die van buiten Europa worden gehaald.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *