Vruchtbaarheid van koeien, effecten van inteelt en studenten opleiden; zo maar een werkdag in Wageningen

Door: Jack Windig · 9 juni 2017
Categorie: Fokkerij en genomica

De dag begint zoals altijd met de e-mail afhandelen en de agenda bijwerken. Natuurlijk is er de nodige spam die gelijk de prullenbak in kan, voor de rest handel ik het meeste gelijk af. Er is één zaak die wat meer aandacht nodig heeft. Een BSc-studente van ons doet onderzoek aan een hondenras. Voor de studente is dat haar eerste eigen onderzoek wat ze zelf, uiteraard onder begeleiding, moet uitvoeren.

Fokken is emotie, maar onderzoek is neutraal

Dit onderzoek is op verzoek van een fokvereniging, en de vraag is wat het beste beleid is om de inteelt in de hand te houden. Er is echter nog een andere vereniging van hetzelfde ras. En voor een compleet beeld zou die ook bij het onderzoek moeten worden betrokken. Nu is er een reactie op ons verzoek voor samenwerking en ze willen het de ledenvergadering voorleggen, maar zijn er niet direct voor om gegevens beschikbaar te stellen. De twee verenigingen willen elk op hun eigen manier fokken.

Het onderzoek kan juist helpen duidelijk te maken wat de voor- en nadelen zijn. Maar als het onderzoek uitwijst dat het beleid van de andere vereniging beter is, willen ze er niet aan mee werken. Ik probeer duidelijk te maken dat de uitkomst van het onderzoek volkomen onafhankelijk is van welke vereniging de opdracht geeft, of wat iemand als uitkomst wenst. Onafhankelijkheid maakt de wetenschap juist krachtig. Ik trek even wat tijd uit om ons verzoek toe te lichten.

Helaas bleek de week erop na hun ledenvergadering dat ze toch niet mee willen werken. Kennelijk is er te veel wantrouwen tussen de verenigingen om samen te kunnen werken. “Fokken is emotie” is een gevleugelde uitspraak bij ons. En daar moet je als wetenschappers ook rekening mee houden, maar jammer is het wel. De studente gaat nu meer uitzoeken met computersimulaties.

Studente onderzoekt inteelt bij geiten

Het fokken van geiten kan leiden tot inteelt, reden voor onderzoekDaarna heb ik samen met een collega een bespreking met een MSc-studente over haar onderwerp. MSc-studenten doen een half jaar lang full-time onderzoek aan een specifiek onderwerp. Dit keer gaat het over inteelt in Nederlandse geitenrassen. De studente heeft al een berg werk verzet. Het op één na laatste onderdeel van het onderzoek is het presenteren van de resultaten aan de vakgroep en medestudenten. Dat is een kunst op zich. Een enorme berg gegevens, en dan mag je er maar een kwartiertje over praten.

De truc is om het belangrijkste eruit te halen en je daarop te concentreren. Na wat praten komen we er op uit dat waar het om draait is dat de inteelttoename te hoog is in alle vijf de rassen, vooral door het veelvuldige gebruik van maar een paar bokken. Er zijn echter effectieve maatregelen om de inteelt te verminderen met een aantal praktische tips voor de fokker. De week erop heeft de studente haar presentatie gehouden en heeft ze onze tips goed verwerkt, ze scoort een ruime voldoende.

Genetica van vruchtbaarheid bij koeien

Daarna werk ik nog aan de presentatie die ik straks moet geven over vruchtbaarheid bij koeien. Tot zo’n 15 jaar geleden liep de vruchtbaarheid bij de Holstein-Frianmelkkoeien terug. Daarna is er wel verbetering opgetreden, doordat het fokdoel allang niet meer alleen maar productie is, maar ook vruchtbaarheid (en levensduur, en gezondheid). En nog steeds wordt gewerkt aan verdere verbetering. De ontwikkelingen staan niet stil en er kan tegenwoordig veel meer worden gemeten, dan alleen wanneer een koe een kalfje heeft gekregen.

Eén van de mogelijkheden is het meten van het progesteronniveau in een koe, één van de hormonen betrokken bij de vruchtbaarheid. Bij automatisch melken met een melkrobot kunnen veel zaken worden gemeten aan de melk en aan de koeien, waaronder progesteron. Wij hebben onderzoek gedaan of de vruchtbaarheid verder kan worden verbeterd door van deze gegevens gebruik te maken.

Deels is het onderzoek in Europees verband (met Zweden en Ierland) met geld van de EU. Het is gericht op de genetische achtergrond van vruchtbaarheid, en deels onderzoek voor het melkveefonds, om te kijken naar het gebruik van progesteronmetingen in de praktijk door en voor Nederlandse boeren. Het Europese onderzoek is door een AIO gedaan die vandaag promoveert en ik ben één van de onderzoekers die aan het Nederlandse onderzoek heeft meegewerkt. Vandaag presenteren we eerst de resultaten voor boeren die aan het project hebben meegewerkt, en daarna is de promotie. Ik leg de laatste hand aan de presentatie en haast me dan naar het gebouw en de zaal waar de bijeenkomst met de veehouders is.

Progesteronmetingen vergroten kennis over biologische proces

Helaas komen er niet veel boeren opdagen. Van het weekend is eindelijk droog en warm weer voorspeld, met regen aan het eind. En daarom zitten de meeste boeren nu op de trekker om te maaien en te kuilen. Maar er zijn er wel, zelfs helemaal uit Zeeland. Roel Veerkamp legt de resultaten van het genetische onderzoek uit. We weten nu meer over de erfelijkheid van vruchtbaarheid. De erfelijkheidsgraad van metingen aan vruchtbaarheid met progesteron (bijvoorbeeld wanneer de hormooncyclus op gang komt) ligt een stuk hoger dan bijvoorbeeld de tussenkalftijd (hoe lang het duurt voor een volgend kalf geboren wordt).

Helaas komen er niet veel boeren opdagen.

Kunnen we nu beter fokken op vruchtbaarheid? Het is maar hoe je het bekijkt. Als het er alleen maar om gaat om de koeien sneller drachtig te laten worden voor een betere bedrijfsvoering, voegt het weinig toe. Er wordt namelijk al van honderdduizenden koeien bijgehouden hoe snel ze drachtig worden. Daarmee kan nauwkeurig worden geschat wat de erfelijke aanleg (de zogenaamde fokwaarde) is voor drachtig worden, voor elke koe afzonderlijk. De winst in nauwkeurigheid door toevoegen van een relatief klein aantal metingen met progesteron zal weinig zijn. Maar als het gaat om het biologische proces van drachtig worden te verbeteren en beter te begrijpen dan helpen progesteronmetingen wel.

Veehouder gunt hoogproductieve koe meer inseminaties

Daarna presenteer ik de resultaten van het Nederlandse onderzoek. Eén van de oorzaken van de afgenomen vruchtbaarheid is dat koeien veel minder duidelijk laten zien wanneer ze tochtig zijn. Maar met de progesteronmetingen kunnen veehouders precies zien wanneer het meest geschikte moment is om te insemineren. Er blijkt geen relatie te zijn tussen wanneer de cyclus van de koeien op gang komt en hoeveel melk een koe produceert. En ook is er geen verschil in inseminatiesucces tussen koeien die veel of minder melk produceren. Toch kiezen veehouders er vaak voor om de koeien die veel melk produceren pas in een latere cyclus te insemineren. Met de progesteronmetingen hoeft de veehouder niet gelijk de eerste mogelijkheid te benutten, een volgende gelegenheid is ook duidelijk te detecteren.

Ook opvallend is dat, als de eerste of tweede inseminatie geen succes heeft bij koeien die minder produceren, vaak niet meer pogingen worden gedaan. Terwijl dat wel gebeurt bij hoogproductieve koeien. Logisch eigenlijk, want een veehouder wil natuurlijk graag doorgaan met de beste koeien. Dat het aantal inseminaties voordat een koe drachtig is bij hoogproductieve koeien gemiddeld meer is, hoeft dus niet (alleen) aan de verminderde vruchtbaarheid te liggen. Het heeft ook met de keuze van de veehouder te maken.

Succesvolle promotie

Een promotie is altijd spannend…

Promotie na onderzoek naar vruchtbaarheid bij het fokken van melkkoeienNa nog wat napraten, gaan we naar de aula van de universiteit voor de promotie over het genetische onderzoek aan de vruchtbaarheid. Voor een promotieonderzoek werkt een AIO vier jaar lang aan een onderwerp. Hij/zij produceert in die tijd een aantal wetenschappelijke artikelen die, als het goed is, in internationale tijdschriften worden gepubliceerd. Ten slotte wordt het onderzoek gebundeld in een proefschrift met een inleiding en discussie. Een aantal onafhankelijke experts uit binnen- en buitenland, de promotiecommissie, oordeelt of het voldoende is om te promoveren. Als sluitstuk is er dan de promotie zelf. Hier wordt de AIO, na een zelf gehouden inleiding, ondervraagd door de experts waarop hij/zij de bul krijgt. Dit onderzoek is gedaan door Amabel Tenghe. Zij is afkomstig uit Kameroen, en heeft in vier jaar tijd zich helemaal ingewerkt in het onderwerp vruchtbaarheid en DNA-informatie bij melkkoeien. dat wordt nu bekroond met de promotie.

Een promotie is altijd spannend, zeker voor de AIO. Maar de inleiding die Amabel houdt laat zien dat ze weet waarover het gaat. Daarna komt de promotiecommissie binnen en begint de ondervraging. De eerste vraag is, of het wel zo verstandig is om te fokken op het sneller drachtig zijn van de koeien, want juist als een koe vroeg in de lactatieperiode drachtig is treden vaak de meeste problemen op. Amabel komt wat langzaam op gang. Haat antwoord luidt dat je niet alleen moet fokken op alleen sneller drachtig worden, maar ook rekening houden met andere zaken zoals problemen in de lactatie. Dat is natuurlijk het juiste antwoord.

Wetenschap tussen de borrelnootjes

In zijn algemeenheid is fokken op een te nauw fokdoel, bijvoorbeeld alleen maar productieverhoging, of alleen maar sneller drachtig worden, niet de juiste manier. In de koeienfokkerij gaat het dan ook allang niet meer om alleen productie. Het gaat ook om vruchtbaarheid, en om gezondheid, en om een lange levensduur etc. De vragensteller is echter nog niet helemaal tevreden met het antwoord en vraagt nog verder. Vele vragen volgen, ook van de drie andere commissieleden. Soms zijn het moeilijke vragen. En dat moet ook. De wetenschap is er immers niet om lastige vragen te laten liggen en alleen simpele zaken op te lossen. Amabel slaat zich er dapper doorheen en geeft overal antwoord op. Tot de pedel binnenkomt en aankondigt dat de tijd om is, waarna de bul uitgereikt wordt.

Na afloop van de promotie is het feest, en lopen we naar het café waar in een zaaltje eten en drinken klaar staan. Natuurlijk bespreken we hoe de promotie is gegaan. Niet alleen hoe de vragen beantwoord werden, maar ook hoe de vragenstellers het zelf deden. Ik praat nog met iemand van CRV, één van de grootste koeienfokorganisaties in de wereld, die in de promotiecommissie zat. We hebben het over veranderingen in het fokdoel in de koeienfokkerij, en het effect daarvan op inteelttoename.

Op de receptie hebben we het ook nog over voetbal en Trump. Maar vooral feliciteren we Amabel…

Zo zie je maar weer dat je ook op een receptie tussen de borrelnootjes toch nog met de wetenschap bezig bent. Het is een interessant gesprek, en de volgende week heb ik het er uitgebreid over met mijn AIO die onderzoek doet aan inteelt en het effect op genetische diversiteit bij runderen. Op de receptie hebben we het ook nog over voetbal en Trump. Maar vooral feliciteren we Amabel, die nu Doctor (PhD) in de wetenschap is.

Lees meer

Kom meer te weten over de expertise  van Wageningen Livestock Research op het gebied van Fokkerij en Genomica.

Jack Windig

Onderzoeker fokprogramma’s, genetische diversiteit en rashonden bij Wageningen University & Research.

Er is één reactie

  1. Door: Carina Meijerink · 11-06-2017 om 22:00

    Leuk stuk Jack goed te lezen zelfs voor mij als niet onderzoeker 🙂 maar wel altijd geïnteresseerd Grusse Carina

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *