Koester de wilde verwanten van cultuurgewassen

Door: Ben Vosman · 23 mei 2018
Categorie: Biodiversiteit

Planten zijn van nature resistent tegen vrijwel alle ziekten en plagen. Logisch, anders zouden ze snel opgegeten worden. Maar in de loop van de tijd hebben sommige virussen, bacteriën, schimmels en insecten zich aan onze landbouwgewassen aangepast en ontwikkelden zij zich tot plagen. Door intensief gebruik van gewasbeschermingsmiddelen hebben we ze voor een groot deel onder controle kunnen houden. Maar die middelen hebben ook veel nadelen en daarom willen we er nu vanaf. Gelukkig zijn er resistentiegenen te vinden in de natuur: in oude landrassen en vooral in de wilde verwanten van cultuurgewassen.

Wilde varianten aardappelen

Wilde varianten aardappelen

Tomaat van Galapagos-eilanden

Een mooi voorbeeld hiervan is een wilde verwant van de tomaat die op de Galapagos-eilanden is ontdekt. Deze wilde soort blijkt resistent te zijn tegen vrijwel alle plaaginsecten, zoals de gevreesde wittevlieg. Dankzij moderne technieken kunnen veredelaars tegenwoordig heel gericht de juiste genen selecteren en inkruisen in tomaatrassen die voor consumptie worden geteeld. Dat telen kan dan zonder bestrijdingsmiddelen. De diversiteit in veel cultuurgewassen is door de veredeling afgelopen jaren enorm toegenomen. De keuze in tomaten was vijftig jaar geleden beperkt tot één type tomaat, een waterige, nogal smakeloze bovendien. Onze oosterburen noemden het een Wasserbombe. Veredeling heeft ervoor gezorgd dat je tegenwoordig tomaten in allerlei kleuren, smaken en groottes in het schap vindt.

Zuinig zijn op de natuur

De meeste wilde verwanten van de gewassen die wij eten, vinden we in regio’s als het Midden-Oosten, Zuid-Europa en Zuid-Amerika. Alleen al voor de voedselzekerheid is het belangrijk om deze wilde varianten goed te beschermen. Des te opmerkelijker is het dat voedselzekerheid nauwelijks genoemd wordt als argument om zuinig te zijn op de natuur in de wereld.

Ik ben ervan overtuigd dat we gewassen door veredeling bestand kunnen maken tegen bijvoorbeeld warmere, vochtigere of zoutere omstandigheden

Opnemen in genenbanken

Maar bescherming alleen is niet genoeg. We moeten ook veel meer genetisch materiaal van deze verwanten in genenbanken opnemen, waar het niet alleen veilig bewaard wordt maar ook toegankelijk is voor veredelaars. Nu ligt er nog relatief weinig van dit materiaal veilig opgeslagen. Dit materiaal hebben veredelaars nodig om onder andere de gevolgen van klimaatverandering op te kunnen vangen. Ik ben ervan overtuigd dat we gewassen door veredeling bestand kunnen maken tegen bijvoorbeeld warmere, vochtigere of zoutere omstandigheden.

Alle reden dus om wilde verwanten te koesteren. Door hun genetisch materiaal te benutten voor veredeling, kunnen we met minder gewasbeschermingsmiddelen toe. En kunt u genieten van een aardappel die niet bespoten hoeft te worden tegen fytoftora, van smaakvolle gele kerstomaatjes en vezelrijke, gezonde quinoa van Europese bodem.

Ui en knoflook en andere verwante gewassen

Ui en knoflook en andere verwante gewassen

Ben Vosman

Ben Vosman

Onderzoeker Biodiversiteit & Veredeling

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *