Gezonder eten is méér dan productsamenstelling

Door: Hans Dagevos · 4 maart 2016
Categorie: Voedselbeleid

Een naar eigen zeggen zeer tevreden minister Schippers (VWS) stond op 22 februari 2016 de pers te woord na afloop van een conferentie over de vermindering van zout, verzadigde vetten en suikers in voedingsmiddelen. Afgevaardigden van meer dan twintig Europese landen, delegaties uit het bedrijfsleven en NGO-vertegenwoordigers betuigden namelijk allen hun steun aan de reductie van zout, zoet en vet in eten. Hoe terecht is die tevredenheid over productsamenstelling?

Het aantal mensen in Nederland en Europa dat te kampen heeft met diabetes, hart- en vaatziekten en overgewicht is groot. Het zijn ziektes die voedingsgerelateerd zijn, dat wil zeggen, mede te maken hebben met hoeveel en wat we eten. Deze welvaartsziekten manifesteren zich overduidelijk in de hedendaagse samenleving. Konden we in de jaren ’80 van de vorige eeuw de oplopende cijfers over overgewicht en obesitas nog betrekkelijk straffeloos negeren, wie dit nu nog doet is wereldvreemd.

 

Kiezen voor gezond is niet eenvoudig

Ook alle deelnemers aan genoemde internationale conferentie over gezondere productsamenstelling erkennen volmondig het verband tussen voeding en gezondheidsproblemen. De aldaar ondersteunde ‘Roadmap for action on product improvement’ opent hier zelfs mee. Een goed begin, dat nog beter wordt als in de volgende alinea staat: “Om de gezonde keuze gemakkelijke te maken, is een holistische benadering nodig; producten en een fysieke en sociale omgeving bieden ondersteuning en aanmoediging aan gezonde consumptiepatronen, en voedingsvoorlichting en –educatie staan centraal in het beleid en de activiteiten op nationaal en lokaal niveau.” Een dergelijke benadering stemt overeen met de stand van de wetenschap. En wie de omgeving aanwijst als van grote invloed op de consumptieve keuzes die we maken, die geeft er blijk van te begrijpen dat de soundbite ‘de gezonde keuze de gemakkelijke maken’ allesbehalve een sinecure is.

 

Vrijwillige verantwoordelijkheid op herhaling

Maar de holistische woorden blijken in de barre beleidspraktijk toch vooral holle te zijn. Want de realiteit is dat minister Schippers zich in februari 2016 committeert aan dezelfde acties waar ze, op Nederlands niveau, al twee jaar eerder haar zegen aan heeft gegeven. Eind januari 2014 ondertekende minister Schippers namelijk het Akkoord Verbetering Productsamentstelling dat eveneens betrekking heeft op het verminderen van zout, verzadigd vet en suiker in voedingsproducten en eveneens door levensmiddelenindustrie en supermarkten is geaccordeerd. Ook toen al was consumenten helpen gezondere keuzes te maken het beleden doel en verbeterde productsamenstelling het geijkte middel. Ook overeenkomstig is het dat gerekend wordt op ketenpartijen die vrijwillig hun verantwoordelijkheid nemen zonder overheidsdwang. Het beleidsstramien is dus identiek: ketenpartijen zijn aan zet, bewindslieden faciliteren, productsamenstelling moet de gezondheidswinst boeken en consumenten zijn de passieve doelgroep. Iets nieuws onder de zon was er dus feitelijk niet, behalve dat de schaal van het Nederlandse naar het Europese is vergroot.

 

Ambitieuzer beleid dan illusiepolitiek

Van de genoemde holistische benadering blijft weinig over als de praktijk is dat de volle aandacht is gericht op verbeterde productsamenstelling. Dit vertegenwoordigt geen omvattende benadering van de problemen omtrent gezonder eten die in Amsterdam op tafel lagen. Wie dat denkt, bedrijft illusiepolitiek. Wat niet wegneemt dat productverbetering één van de oplossingsrichtingen is. Waarmee evenmin de hoeveelheden zout, vet en suiker gebagatelliseerd zijn die bijvoorbeeld een levensmiddelenfabrikant als Unilever intussen uit zijn producten heeft gehaald. Maar de politieke beleidsfocus alleen richten op productsamenstelling in tijden waarin voedingsgerelateerde gezondheidsproblemen (en bijbehorende volksgezondheidskosten) zó groot en dringend zijn, is ongeveer het omgekeerde van een mug een olifant maken. Meer recht aan de omvang en urgentie van de problematiek zou worden gedaan als niet alleen gerekend wordt op producttechnologische oplossingen en vrijwillige overeenkomsten. Ambitieuzer en actiever beleid kiest ook voor meer verplichtende afspraken en een breder interventierepertoire, variërend van nudging en normering tot heffingen en sanctionering.

 

Beperkte veranderingskracht

Gezonder eten is meer dan productsamenstelling. Een roadmap met productverbetering als enige weg zal niet doordringen tot de kern van het probleemgebied. Die weg zal stranden in de vaak beperkte aantrekkings- en gedragsveranderingskracht die producten met minder vet, suiker of zout uitoefenen op veel consumenten. We weten nog maar weinig van de impact van levensmiddelen met een gezondere samenstelling op het keuzegedrag van consumenten. Nog minder duidelijk is wat het effect van dergelijke etenswaren is op de gezondheidssituatie van consumenten, als ze deze meer structureel zouden gebruiken. En wat zijn überhaupt de kansen van het laatstgenoemde in een omgeving waar juist vet, zoet en zout alom worden aangeboden en aangeprezen?

Ik heb zo mijn vermoedens over de slag- oftewel veranderingskracht van productsamenstelling. Die stellen mij niet gerust. Laat staan dat ze tot tevredenheid stemmen.

Meer informatie:

Consument & Voeding – Wageningen UR
Publicatie: De obesogene samenleving. Maatschappelijke perspectieven op overgewicht – Dagevos, H.; Munnichs, G. – Wageningen UR
Dossier Obesitas

Hans Dagevos

Hans Dagevos

Hans kijkt naar de wereld van voedsel en groen vanuit het maatschappelijke perspectief.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *