Uitgelicht

Vaccins tegen RS-virus voor jonge kinderen en kalfjes

4 september 2020

Door het RS-virus belanden jaarlijks tweeduizend jonge kinderen in Nederland in het ziekenhuis met een luchtweginfectie. Dit virus is wereldwijd – na malaria – de grootste doodsoorzaak van baby’s. Een genetisch nauw verwant rundervirus geeft een zeer vergelijkbaar ziektebeeld bij kalfjes. Wageningse onderzoekers hebben een infectiemodel opgezet dat helpt bij de ontwikkeling van veilige, effectieve vaccins voor kinderen én kalfjes.

“ Tijdens ons onderzoek kregen we een rondleiding op de kinder-ic. Je ziet dan waar je het voor doet ”

Rineke Klaassen-de Jong, veterinair projectleider

In de winter liggen op de kinder-ic’s in Nederland veel baby’s aan de beademing vanwege een longontsteking veroorzaakt door het RS-virus, het Respiratoir Syncytieel virus.  Dit virus zorgt ook ook voor herinfecties. De meeste kinderen en volwassenen die geïnfecteerd raken met het RS-virus worden alleen verkouden. Maar bij jonge baby’s tot zes maanden en kwetsbare baby’s, die bijvoorbeeld te vroeg zijn geboren of een hartafwijking hebben, kan het virus tot een ernstige luchtweginfectie leiden. In landen waar de medische zorg minder goed toegankelijk is, kan dat fataal aflopen. Wereldwijd sterven er door het RS-virus rond de 200.000 zuigelingen per jaar. In Nederland komen jaarlijks rond de tweeduizend baby’s in het ziekenhuis terecht, waarvan ongeveer 150 tot 200 op de kinder-ic.

infographic: de impact van het RS-virus

De impact van het RS-virus.

Luchtweginfectie bij kalfjes

Het humane RS-virus dat bij mensen voorkomt, is nauw verwant aan het boviene RS-virus bij runderen. Volwassen runderen krijgen er slechts verkoudheidsverschijnselen door. Maar kalfjes onder de zes maanden kunnen een ernstige luchtweginfectie ontwikkelen met in een op de vijf gevallen een dodelijke afloop. “Overigens is dit virus geen zoönose, kinderen kunnen niet ziek worden van het virus bij kalveren of andersom”, benadrukt Rineke de Jong, veterinair onderzoeker en projectleider.

Minder gevoelige muizen

Vanwege de ernst van het RS-virus wordt er veel onderzoek gedaan om een vaccin voor jonge kinderen beschikbaar te krijgen. “Zo’n vaccin kun je niet meteen op kinderen testen. Het is gebruikelijk om deze vaccins in een infectiemodel in knaagdieren te testen. De gastheer en het virus zijn dan echter niet op elkaar afgestemd. Omdat knaagdieren van nature niet gevoelig zijn voor het humane virus, geeft een besmetting geen representatieve infectie”, legt De Jong uit. Wanneer je kalveren infecteert met het boviene RS-virus ontstaat daarentegen wel een representatief beeld; ze krijgen dezelfde symptomen als kinderen.

Een huismuis (Mus musculus)

Knaagdieren zoals muizen zijn van nature niet gevoelig voor het humane RS-virus en kunnen daardoor niet dienen als proefdier (Credit: Shutterstock).

Antistoffen

De laatste jaren doen wetenschappers veel onderzoek naar de genetische opmaak van virussen. De menselijke en de rundervariant van het RS-virus hebben aan de oppervlakte een sterk gelijkend eiwitdeeltje. “Veel humane vaccinontwikkelaars gebruiken precies dat overeenkomende eiwitje in hun vaccins voor kinderen om een immuunrespons op te wekken”, zegt De Jong. Uit haar onderzoek blijkt dat dit type vaccin ook werkt bij kalfjes. “Als je kalfjes met dit type vaccin tegen het humane RS-virus inent gaan ze antistoffen aanmaken die ook kunnen beschermen tegen het boviene RS-virus.”

Veilige vaccins

Ontwikkelaars van vaccins voor mensen kunnen de resultaten in kalfjes gebruiken als onderbouwing voor de werkzaamheid in kinderen, vervolgt de onderzoeker. “Als kalfjes beschermd zijn, is dit een sterke aanwijzing dat zo’n vaccin ook effectief zal werken bij kindjes.”

Het in Wageningen ontwikkelde infectiemodel dat vaccins voor kinderen in kalveren evalueert, kan ook helpen om de veiligheid van een vaccin aan te tonen. “In de jaren zestig kwam er een vaccin voor kinderen op de markt met daarin het complete virus dat was geïnactiveerd met formaline. Toen gevaccineerde kinderen het RS-virus kregen, bleek een aantal niet beschermd maar juist zieker te worden doordat hun afweerreactie was ontspoord. Er zijn zelfs een paar kindjes overleden. Hierdoor letten vaccinontwikkelaars nu heel erg op de veiligheid en willen ze zeker weten dat het vaccin de goede respons opwekt.”

Een kalfje

De menselijke en de rundervariant van het RS-virus lijken op elkaar. Een vaccin tegen het humane RS-virus beschermt kalfjes tegen de rundervariant van het virus (Credit: Shutterstock).

Scepsis

Toen Wageningen zo’n tien jaar geleden begon met het onderzoeken van menselijke vaccins tegen het RS-virus in het kalvermodel was er best veel scepsis, geeft De Jong aan. “De humane en veterinaire onderzoekers kennen elkaar nauwelijks.” De verbinding tussen beide werelden wordt de laatste jaren pas gelegd, mondjesmaat nog. Dat is onder meer te danken aan de toenemende aandacht voor OneHealth, mede door zoönosen zoals de vogelgriep, Q-koorts en het nieuwe coronavirus.

Veterinaire vaccins

Het boviene RS-virus komt in Nederland op vrijwel alle rundveebedrijven voor en vooral bij kalverhouders kunnen luchtwegaandoeningen voor grote problemen zorgen. “Er is een scala aan pathogenen en bacteriën die luchtwegaandoeningen veroorzaken of verergeren. Hoe groot het aandeel is van het boviene RS-virus is niet altijd bekend, omdat niet altijd uitgebreide diagnostiek wordt gedaan.”

Een infectie met het boviene RS-virus kan tot een aanzienlijke economische schadepost leiden volgens de onderzoeker. Gelukkig zijn er voor kalveren wel vaccins op de markt, maar er is nog ruimte voor verbetering. “Het zou mooi zijn als de veterinaire en humane onderzoekswereld elkaar ook hierin meer weten te vinden.”

Medicijnen en behandelingen

Als het gaat om het RS-virus in kinderen wordt niet alleen ingezet op preventie door vaccins, maar ook op medicatie, behandelmethoden en preventieve middelen. Zo werd onlangs bekend dat er een nieuwe antistoftherapie is, die te vroeg geboren baby’s voor ongeveer honderd dagen preventief kan beschermen. “Het RS-virus is seizoensgebonden. Met dit middel kunnen baby’s met één injectie in de herfst gedurende de winter worden beschermd, dus dat is een mooie ontwikkeling”, reageert De Jong.

Vaccinatie bij jong kind

Ondanks de nieuwe antistoftherapie blijft het noodzaak om een werkend vaccin te ontwikkelen tegen het RS-virus (Credit: Shutterstock).

Maar de noodzaak voor een effectief vaccin blijft. “De antistoffen uit dit middel zijn niet door het immuunsysteem zelf aangemaakt. Ze worden na een tijdje afgebroken. Een vaccin activeert het geheugen in het immuunsysteem, waardoor dit zelf antistoffen kan aanmaken. Dat geeft een meer langdurige bescherming.”

Een kalf bemonsteren

De Wageningse onderzoekers kunnen hun infectiemodel ook gebruiken om preventieve en antivirale middelen te testen. Dat heeft voor- en nadelen. Een baby’tje is 4 kilo, terwijl een kalf al gauw 60 kilo weegt en dus veel grotere doses van het middel nodig heeft. “Het is minder aantrekkelijk om zulke grote doses van een kostbaar antiviraal middel te maken. Aan de andere kant kun je doordat een kalf zo groot is er van alles aan meten en bemonsteren en genoeg bloed afnemen voor het onderzoek.”

Slijmproductie verminderen

Enkele jaren geleden deden De Jong en haar collega’s bijvoorbeeld samen met kinderartsen op de KinderIC van het Amsterdam UMC onderzoek naar het RS-virus en het ziekteproces. “Kindjes worden benauwd omdat ze veel slijm ontwikkelen.

Jonge baby

Bij jonge baby’s kan het RS-virus ernstige luchtweginfectie veroorzaken (Credit: Shutterstock).

De artsen wilden graag weten of een medicijn voor taaislijmziekte kon helpen. Daarom hebben de Wageningse wetenschappers dit middel uitgetest bij kalveren. Ze zagen een gunstig effect op de samenstelling van het slijm en het ziekteverloop. De Jong: “Het is niet de oplossing, maar kan patiëntjes wel verlichting geven. Het onderzoek leerde ons veel over het ziekteverloop en in welke richting we kunnen zoeken naar een effectieve behandeling. We zouden daar graag verder fundamenteel onderzoek naar doen. Helaas is het lastig om daar geld voor te krijgen.”

Ultiem doel

Op dit moment zijn De Jong en haar collega’s heel druk met onderzoek naar corona. Maar ook de zoektocht naar een vaccin tegen het RS-virus gaat door, onderstreept De Jong. “Het ultieme doel is de ontwikkeling van een effectief vaccin. Wij willen daar graag aan bijdragen.”

Lees meer:

 

Heb je vragen of opmerkingen? Ga hieronder in gesprek.

Plaats een reactie »


Rineke Klaassen-de Jong

Rineke Klaassen-de Jong · Veterinair projectleider

Klaassen-de Jong studeerde in 2004 af als dierenarts en sindsdien werkt Rineke de Jong bij Wageningen Bioveterinary Research (WBVR), als veterinair onderzoeker en ook projectleider. “Ik ben diergeneeskunde gaan studeren omdat ik dieren en de geneeskunde ontzettend leuk vind. Tijdens de studie vond ik het heel interessant om infectieziekten beter te leren begrijpen en merkte ik dat ik me thuis voelde in het onderzoek. Het afwisselende werk met kalfjes, onze opdrachtgevers en binnen een team van leuke collega’s bevalt ook heel goed. Het mooie aan het onderzoek naar het RS-virus is de combinatie; ik kan bijdragen aan de gezondheid van kalfjes maar ook van kindjes. Tijdens onze samenwerking met het Amsterdam Medisch Centrum kregen we een rondleiding op de kinder-ic. Je ziet dan waar je het voor doet.”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *