Uitgelicht

Zaaigoed voor Afrika

22 maart 2019

Boeren in Afrikaanse landen lopen tot 50 procent van hun mogelijke opbrengst mis, doordat ze vaak slecht zaad of zelfs ‘nepzaad’ in handen krijgen. Wageningse wetenschappers werken met lokale boeren, onderzoeksinstituten, bedrijven, ngo’s en overheden aan de ontwikkeling van een sterke zaaizaadsector. Binnen ISSD Afrika zorgen ze voor effectievere markten en kwaliteitssystemen. Ook kijken ze hoe boeren aan nieuwe rassen en gevarieerdere gewassen kunnen komen.

“Boeren in Afrika lopen jaarlijks tientallen miljoenen euro’s mis omdat ze zaaizaad gebruiken dat slecht of helemaal niet ontkiemt”, vertelt de Wageningse onderzoeker Marja Thijssen. Er is veel zaad van belabberde kwaliteit en er gaat zelfs ‘nepzaad’ rond in de handel. Dan worden er bijvoorbeeld zaden gemengd met graan en opnieuw verpakt waarbij logo’s worden gekopieerd. Voor kwalitatief goed zaad zijn goed uitgangsmateriaal, goede productielijnen en goede opslagmogelijkheden nodig. In veel landen, zoals Uganda, is er certificering vanuit de overheid. Grotere bedrijven die zaaizaad verkopen, maken hier gebruik van. Maar lokale boeren die zaaizaad verbouwen, kunnen dat niet. “De certificeringsdienst is namelijk gevestigd in de hoofdstad, er zijn maar weinig inspecteurs, en die komen niet in alle regio’s. Logistiek is het lastig en duur”, legt Thijssen uit.

Zaaigoedsector

In Uganda is er een oplossing gevonden. Er is een decentraal kwaliteitssysteem opgezet waarin regionale controleurs zaaizaad inspecteren en certificeren. “Dat werkt heel goed. Daarom bekijken we nu hoe we dit soort systemen in andere landen kunnen toepassen’, zegt Thijssen. Thijssen en haar collega’s werken samen met lokale boeren, bedrijven, ngo’s, overheden en onderzoeksinstituten onder de brede paraplu van ISSD Afrika, dat staat voor ‘Integrated Seed Sector Development’. Wageningen University & Research, met Thijssen als strategisch adviseur, stuurt ISSD Afrika aan, dat werkt aan negen onderwerpen rondom zaaizaad zoals beleid, kwaliteit, diversiteit, markten, klimaatverandering, gender, rampen en fragiele staten.

Lokale zaadbanken

ISSD Afrika richt zich sinds 2010 op de ontwikkeling van de zaaigoedsector in zestien Afrikaanse landen beneden de Sahara, waaronder Ghana, Ethiopië, Uganda, Mozambique en Burundi. In veel landen zijn de landbouwopbrengsten nog niet de helft van wat ze zouden kunnen zijn. Terwijl een grotere landbouwproductie ondervoeding en hongersnoden helpt bestrijden. Dat is cruciaal, ook vanwege de groeiende bevolking en klimaatverandering. Het veranderende klimaat brengt bijvoorbeeld droogte, verschuivende seizoenen, insectenplagen en nieuwe gewasziekten met zich mee. Thijssen: “Afgelegen gemeenschappen kunnen zelf lokale ‘zaadbanken’ oprichten, die een gevarieerder aanbod van rassen en gewassen garanderen. Daardoor kunnen boeren beter op veranderingen inspelen.”

Fotografie: Four Corners

Noodzaad bij rampen

Afrikaanse boeren verliezen hun zaaizaad ook weleens door rampen zoals overstromingen, droogte en conflicten. De overheid geeft dan vaak noodzaad aan de boeren. Zo werd de oogst van de Ethiopische boerin Maliya Yuya vernietigd door vorst. “Ik haal mijn inkomen uit het planten van aardappels. Zonder noodpootgoed zou ik niet hebben kunnen overleven”, vertelt Yuya in een filmpje van ISSD Afrika. Maar ze weet niet waar het pootgoed vandaan komt en hoe goed het is. Volgens Thijssen kan slecht zaaizaad echter meer kapotmaken dan redden. “Regelmatig wordt slecht zaaizaad van onaangepaste rassen gratis uitgedeeld. Naast een lage of mislukte opbrengst verstoort dit ook de lokale zaaizaadmarkt. Het is beter om zaaizaad uit de omgeving te halen dan om zaad van ver weg en uit een onbekende bron te gebruiken.”

Zaad-tuktuk en kleine zakken

Verder blijven door onderzoeksinstituten veredelde betere rassen nu vaak op de plank liggen. “Eerst moeten de zaden vermeerderd worden. Dat duurt enkele seizoenen, en in die tijd kunnen bedrijven er nog niet aan verdienen”, verklaart Thijssen. Wanneer overheden licenties voor de vermeerdering en verkoop van specifieke rassen aan zaadproducenten gaan verstrekken, zou dat kunnen veranderen, denken de Wageningse onderzoekers. Ze werken ook aan een beter samenspel tussen vraag en aanbod. “In Ethiopië worden nu kleinere zakjes zaad aangeboden van 2 kilo, naast de grote zakken van 10 tot 15 kilo die voor kleine boeren veel te groot zijn”, geeft Thijssen als voorbeeld.

“ Een project in Ethiopië heeft gezorgd dat maar liefst 3,5 miljoen boeren kwaliteitszaad in handen kregen. En in Uganda zagen we de leefomstandigheden van boeren sterk vooruitgaan door gebruik van beter zaad. Dankzij de hogere opbrengsten kunnen ze een huis bouwen of hun kinderen naar school sturen.”

Marja Thijssen, senior adviseur agrobiodiversiteit en zaaizaadsystemen bij Wageningen University & Research

Ook de verspreiding van zaad kan beter. Nu sturen boeren vaak iemand naar de stad die daar het zaad haalt dat er toevallig te koop is. In Ghana rijden er nu ‘zaad-tuktuks’ die kwaliteitszaad verkopen en de boeren in de plattelandsgemeenschappen voorlichten over het gebruik ervan. Thijssen: “De boeren blijken de zaad-tuktuks erg te waarderen.”

Betere leefomstandigheden

Fotografie: Four Corners

Veel van de projecten onder de ISSD-paraplu zijn succesvol. “We zien bijvoorbeeld dat een project rond zaadproductie in Ethiopië ervoor heeft gezorgd dat maar liefst 3,5 miljoen boeren kwaliteitszaad in handen kregen. En uit evaluaties in Uganda blijkt dat de leefomstandigheden van boeren sterk vooruit gaan wanneer ze beter zaad gebruiken. Dankzij de hogere opbrengsten kunnen ze bijvoorbeeld een huis bouwen of hun kinderen naar school sturen”, schetst Thijssen.
Er is een professionalisering in de hele keten nodig, van zaadproductie, -distributie en -handel tot op de akker, benadrukt Thijssen. “Hoewel ieder land uniek is, spelen er vaak soortgelijke uitdagingen. Er wordt veel geïnvesteerd om oplossingen te vinden. Binnen ISSD Afrika kijken we wat waar werkt. Vervolgens brengen we in kaart hoe het elders óók kan werken, door het aan te passen en op te schalen.”

Verschillende perspectieven

De werkwijze van ISSD is zowel op kleinschalige boeren gericht als op grootschaliger agrarische bedrijven en op overheden, die in hun beleid en wet- en regelgeving een groot verschil kunnen maken. “Er is ruimte voor iedereen en we omarmen de verschillende perspectieven. ISSD helpt om veranderingen te bewerkstelligen in dienst van de betrokkenen, zonder er een eigen agenda op na te houden”, onderstreept Thijssen. Het initiatief wordt dan ook breed ondersteund, niet alleen door het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse zaken maar ook door de Afrikaanse Unie.

Meer lezen

In het Nederlands:

In het Engels:

Heb je vragen of opmerkingen? Ga hieronder in gesprek.

Plaats een reactie »


Marja Thijssen

Marja Thijssen · Senior adviseur agrobiodiversiteit en zaaizaadsystemen bij Wageningen University & Research

Marja Thijssen heeft een achtergrond in plantenveredeling en leidt het zaaizaadteam binnen het Wageningen Centre for Development Innovation. “Wat mij drijft is dat ik graag wil zorgen dat boeren de keuze hebben uit kwalitatief goed zaaizaad van verschillende rassen en gewassen. Dat kan hun leefomstandigheden verbeteren.”

Er zijn 7 reacties.

  1. Door: J Joordens · 23-03-2019 om 10:18

    Laat de locale producenten bepalen welke rastypen ze nodig hebben.

    1. Door: JP Kierkels · 23-03-2019 om 11:21

      Uitstekende reactie. De boontjes uit de Afrikaanse landen zijn dikwijls het vieste ras van onze Nederlandse tuinbouw. Totaal smakeloos. Ik kan een lijstje maken van dit soort producten. Eigen marktbescherming heet dat.

    2. Door: R. Jeurink · 23-03-2019 om 12:16

      Helemaal mee eens, maar dan moeten er wel in de diverse regio’s door deskundigen proefvelden worden aangelegd en onderhouden met een breed rassenpakket en zouden ook bemestingsproeven hier een onderdeel van behoren te zijn. Aan de hand van die, bij voorkeur, meerjarige proeven kan worden vastgesteld welke rassen voor de betreffende regio het meest geschikt zijn.

  2. Marja Thijssen

    Helemaal mee eens. Vaak weten lokale producenten niet welke rassen er beschikbaar zijn, en welke het goed doen in hun omgeving. Het is belangrijk om deze rassen te testen. Wij werken bijvoorbeeld in Uganda met een aantal Nederlandse bedrijven om hun rassen te demonstreren, maar ook boeren te trainen om ze op een goede manier te telen om een goede opbrengst te garanderen.

    1. Door: JP Kierkels · 24-03-2019 om 11:14

      Het boontje geteeld in de Afrikaanse landen zijn allemaal van hetzelfde ras.
      Mijn moeder noemde dit boontje, oorlogsboontjes. Jaren 50.

  3. Door: Lia · 27-03-2019 om 12:39

    Ik sponsor de aanleg van een lokale kleine moestuin, aanleg van de waterput en hekwerk in Gambia. Kan ik Nederlands zaaigoed meenemen daarnaartoe of juist niet?

  4. Door: Dinie Drost · 03-04-2019 om 08:53

    In de lokale krant Rhenese Betuwe las ik de info over zaaigoed voor Afrika. De samenwerking van de WUR met lokale boeren. Prima! Goed initiatief.
    Om voor een deel in de eigen voedselvoorziening te kunnen voorzien zou het planten of zaaien van de MOringa Oleifera gedacht kunnen worden.
    Ik heb gelezen dat bijna alles van deze boom te eten/gebruiken is ,en heel goed in Afrika groeit. Zelf kon ik in Egypte op een markt (DAhab) Moringa theeblaadjes kopen. Welke op een biologische boerderij waren geteelt.
    Voor jullie nog veel werk! Heel veel succes!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *