Uitgelicht

Meer natuur op akkers door strokenteelt

22 mei 2020

Op grote akkers komen nog maar weinig insecten en vogels voor, onder meer omdat er slechts één gewas groeit. Samen met boeren doen Wageningse onderzoekers proeven met de teelt van diverse gewassen in smalle stroken. Dit trekt meer insecten aan die plaaginsecten bestrijden en vertraagt de verspreiding van ziektes. Toch is de oogst even groot als bij monoculturen en is het evenveel werk. Insecten, vogels én boeren profiteren zo van meer natuur op de akkers.

“Boeren geloven pas dat iets kan als ze het zien”, zegt Dirk van Apeldoorn, onderzoeker Gewasdiversiteit. Hij verdiept zich al vanaf 2014 in strokenteelt: verschillende gewassen in stroken naast elkaar laten groeien. De proeven zijn overtuigend. “Dit jaar zijn er meer dan twintig boeren met strokenteelt begonnen of ze breiden erin uit”, aldus Van Apeldoorn. Het gaat daarbij om evenveel reguliere als biologische boeren.

“Stroken tot 6 meter trekken meer kruipende insecten en spinnen aan, en vliegende insecten als sluipwespen en zweefvliegen. Die combinatie werkt goed voor de bestrijding van plaaginsecten zoals rupsen en luizen.”

Dirk van Apeldoorn, onderzoeker en docent Gewasdiversiteit

Kuikens in het graan

“De boeren die meedoen zien meer vogels op hun akkers, zelfs bij gewassen waar deze vogels normaal niet voorkomen. Zo verstoppen de vogels hun kuikens in het graan en zoeken ze eten in kool”, vertelt Van Apeldoorn. Op zijn proefperceel in Wageningen komen veel patrijzen af.

“Dit jaar zijn we begonnen met onderzoek naar vogels bij de boeren. We willen weten of er echt meer vogels op strokenteelt afkomen en welke soorten dat zijn. Ook is het de vraag of de vogels er kunnen broeden en of hun jongen overleven.” De onderzoekers brengen daarnaast in kaart welke bloemen, insecten en kleine zoogdieren als egels en muizen in strokenteelt voorkomen in vergelijking met monoculturen.

GPS-systeem

De eerste grotere proeven met strokenteelt vonden plaats nadat de onderzoekers in 2014 gingen samenwerken met ERF BV in de Flevopolder, het grootste biologische akkerbouwbedrijf van Nederland. Van Apeldoorn: “We begonnen met verschillende aardappelrassen naast elkaar. Dat bleek technisch uitvoerbaar en het jaar erop zijn we ook bloemenstroken midden in de erwt gaan inzaaien.”

Strokenteelt blijkt voor de boer niet meer werk te zijn en de loonwerkers die boeren inhuren bij het oogsten, vragen hetzelfde bedrag voor een veld met strokenteelt als een veld met één gewas (Foto: Wageningen University & Research).

De stroken worden ingepland met het GPS-systeem waarmee tractoren zijn uitgerust, bijvoorbeeld een strook gras, een strook kool, een ander gewas, gras en zo verder. “Het GPS-systeem slaat precies op welk gewas waar staat, zodat de tractor dat kan aanhouden bij werkzaamheden. Dat is ook handig voor de bedrijfsadministratie.”

Strokenteelt blijkt voor de boer niet meer werk te zijn en de loonwerkers die boeren inhuren bij het oogsten, vragen hetzelfde bedrag voor een veld met strokenteelt als een veld met één gewas, zegt de onderzoeker.

Even grote oogsten

Na de eerste positieve tests volgde in 2017 een groot onderzoek bij ERF naar de strookbreedte. Op hun eigen proefpercelen werken de onderzoekers met stroken van 3 meter. Maar grootschalige landbouwmachines werken meestal met breedtes van 6 meter of meer. “Het bleek dat strookbreedtes van 6 meter even efficiënt in arbeid waren als bredere stroken van 12 of 24 meter”, verklaart Van Apeldoorn.

In dit filmpje van het WNF vertelt Dirk van Apeldoorn over de potentie van strokenteelt

“Uit studies van andere wetenschappers blijkt dat heel smalle stroken tot 1 meter 25 procent meer gewas opleveren, doordat de planten profiteren van meer licht en een beter bodemleven. Bij bredere stroken profiteren alleen de planten aan de rand, waardoor de oogst net zo groot is als bij monoculturen.”

Op luizenjacht

Het voordeel van strokenteelt is dat stroken tot 6 meter de verspreiding van ziektes helpen tegengaan, zoals de aardappelziekte fytoftora. “Je kunt het vergelijken met social distancing bij de corona-uitbraak”, legt Van Apeldoorn uit. Daarnaast blijkt dat hier minder insectenplagen voorkomen. “De stroken trekken meer kruipende insecten en spinnen aan, en vliegende insecten als sluipwespen en zweefvliegen. Die combinatie werkt goed voor de bestrijding van plaaginsecten zoals rupsen en luizen.”

Het voordeel van strokenteelt is dat stroken tot 6 meter de verspreiding van ziektes helpen tegengaan. Daarnaast blijkt dat hier minder insectenplagen voorkomen (Foto: Fogelina Cuperus).

In stroken tot 6 meter leven meer insectensoorten die vaak gebruik maken van twee gewassen. “De studenten die de insecten telden, registreerden een intensief verkeer tussen de stroken van meer dan tien loopkevers per dag per meter rand. De loopkever rust overdag in de grasklaver en gaat ’s nachts in de kool op luizen- en rupsenjacht.”

Natuurlijk evenwicht

Met één gewas op een veld als voedselbron is de kans op plagen groter. Ook de grootte van de akker telt mee. “Op een groot perceel van 20 hectare kan de zweefvlieg, waarvan de larve luizen eet, de afstanden niet overbruggen.” Met meer gewassen wordt een akker een aantrekkelijk leefgebied voor allerlei insecten en ontstaat er een natuurlijk evenwicht. Dat is niet alleen interessant voor biologische boeren, benadrukt Van Apeldoorn. Gangbare boeren hebben namelijk steeds minder bestrijdingsmiddelen tot hun beschikking. Zo heeft de EU het gebruik van neonicotinoïden verboden voor de teelt in open veld. “Die werden onder meer gebruikt bij de suikerbietenteelt, omdat suikerbieten veel luizen aantrekken. Ons onderzoek laat zien dat het aantal luizen aanzienlijk daalt als je suikerbieten samen zaait met gerst.”

Overgang

In zijn ogen is strokenteelt een overgangstechnologie, zegt Van Apeldoorn. “Het hele systeem, vanaf de zaadleverancier tot de inkoper van de supermarkt, is gericht op boeren die één gewas produceren. Alle technieken, machines en zaden zijn gemaakt voor monoculturen. Veredelaars ontwikkelen rassen die het goed doen met dezelfde buren. Rassen voor strokenteelt mogen juist concurrerender zijn”, geeft de onderzoeker als voorbeeld. Uiteindelijk wil hij toe naar ‘pixellandbouw’, waarbij gewassen worden omringd door andere gewassen die bij ze passen en waarbij alleen rijpe gewassen worden geoogst en de rest de tijd krijgt om ook te rijpen.

De boeren die aan strokenteelt doen, zijn volgens Dirk van Apeldoorn stuk voor stuk enthousiast (Foto: ERF BV).

Onbetaalbaar

“Landbouw is meer dan veel kilo’s gewas produceren. Dat besef groeit in de samenleving. Zowel boeren als consumenten genieten van een aantrekkelijk landschap met veel dier- en plantensoorten”, meent Van Apeldoorn. De belangstelling voor strokenlandbouw groeit dan ook. “Het Zeeuwse Landschap neemt bijvoorbeeld strokenlandbouw als voorwaarde voor de pacht.” Soortenrijkdom op het platteland stimuleren is des te belangrijker omdat juist op het Nederlandse platteland de planten en dieren in rap tempo afnemen. De boeren die aan strokenteelt doen, zijn stuk voor stuk enthousiast, onderstreept Van Apeldoorn. Vooral de terugkeer van vogels doet de deelnemende boeren deugd. “Het plezier dat de boeren eraan beleven, is onbetaalbaar.”

Internationale dag voor biologische diversiteit
De Verenigde Naties (VN) hebben 22 mei uitgeroepen tot internationale dag voor biologische diversiteit. Wageningen University & Research doet veel onderzoek naar soortenrijkdom. “Veel dier- en plantensoorten hebben het moeilijk. Er is een spanning tussen het gebruik en het behoud van natuur”, zegt Reinier Hille Ris Lambers, programmaleider Biodiverse omgeving. “Het belang van biodiversiteit overstijgt individuele dier- en plantensoorten. Het is een randvoorwaarde voor ons welbevinden. We botsen tegen de grenzen van zowel de natuur als van de huidige economische modellen aan. Daarom is er een transformatieve verandering nodig: een fundamentele verandering in de maatschappij en economie.”
Wageningen werkt veel aan natuurbescherming met overheden, natuurorganisaties, bedrijven, burgerinitiatieven en kennisinstellingen. Bijvoorbeeld in lokale initiatieven als Groene Cirkels en het nationale Deltaplan voor biodiversiteit. Ook op Europees en op internationaal niveau draagt Wageningen bij aan onderzoek naar biodiversiteit en beleidsvorming, zoals in het VN-panel voor biodiversiteit IPBES. Hille Ris Lambers: “Door samen te werken leren we elkaar beter begrijpen. Het helpt ons om verbetering te bereiken. Misschien veranderen we er zelfs wel door.”

Lees meer:

Leadfoto: ERF BV

Heb je vragen of opmerkingen? Ga hieronder in gesprek.

Plaats een reactie »


Dirk van Apeldoorn

Dirk van Apeldoorn · Onderzoeker en docent Gewasdiversiteit

Dirk van Apeldoorn is verbonden aan het praktijkonderzoek bij Open Teelten en aan de leerstoelgroep Farming Systems Ecology. Hij studeerde Tropisch landgebruik in Wageningen en promoveerde in 2014 op zijn onderzoek naar de veerkracht van landbouwsystemen. Als onderzoeker en docent pleit hij voor diversiteit in de landbouw.<br />
“Mijn werk kent veel afwisseling, van heel theoretisch tot aan de boer. Het is heel mooi dat ik met het onderzoek naar gewasdiversiteit kan helpen om het balletje aan het rollen te krijgen. Je ziet het landschap echt veranderen. En als de boeren eenmaal beginnen, worden ze steeds enthousiaster.”

Er zijn 14 reacties.

  1. Door: Aad · 23-05-2020 om 14:05

    Prachtig initiatief,
    Dit deden wij als kind al op de schooltuin zonder te beseffen welk nut dit had.

  2. Dirk van Apeldoorn

    We zijn ook bezig om deze kennis van fanatieke moestuiners te verzamelen en in een database te stoppen om zo goede buren te kiezen en een hogere opbrengst te halen.

  3. Door: Dick Schouten · 24-05-2020 om 09:24

    Fijn deze bemoedigende, bloemige resultaten. Hopelijk delen de enthousiaste boeren het met hun collega’s. Zijn er ook al plannen en/of onderzoeken om de weilanden bloemiger te maken? In de omgeving van Roosendaal zie ik vooral “grasfald” die soms transformeren in grote, dode, oranje velden. Verder staat er vooral veel maïs.

    1. Dirk van Apeldoorn

      Beste Dick Schouten, voor graslanden wordt door ons zusterproject gedaan. voor vragen: Conny Bufe https://www.wur.nl/nl/Personen/Conny-C-Conny-Bufe.htm.
      In de mais zijn we ook druk bezig om mengteelten te bevorderen met bijvoorbeeld klimbonen. Zie https://www.wur.nl/nl/project/DiverIMPACTS-gewasdiversiteit-als-basis-voor-duurzame-Europese-productieketens-1.htm
      Groet!
      Dirk

  4. Door: A.van’t Hof · 24-05-2020 om 12:59

    Goed initiatief die wilde bloemenstroken. In onze woonomgeving met boerenlanderijen was zo’n strook aangelegd. Echter in het najaar werd hetzelfde land doodgespoten met roundup, waardoor een giftig geel land overbleef. Dat doet zeer!!!

    1. Dirk van Apeldoorn

      Helemaal mee eens! bloemenstroken zijn onderdeel van de ecologische structuur van een bedrijf en niet schaamgroen om het publiek te plezieren.

  5. Door: angelien niens · 24-05-2020 om 13:02

    In haarle(ov) is een mooi initiatief van een boerenbedrijf om bloemenstroken te adopteren tbv de biodiversiteit.
    Sluit mooi aan bij bovenstaand artikel.

  6. Door: Tine Aarsen · 24-05-2020 om 19:53

    Strokenteelt vergroot de kans dat groenten, zaden en aardappels in contact komen met tarwe, rogge en gerst (= granen met gluten). Met 1 tarwegraantje in mijn eten ben ik een week lang ziek. Heb ik straks ook nog iets te eten? En die 100.000 mensen met mij die glutenvrij eten? https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27834802/ Lijkt me iets om in de ontwikkeling van dit concept alvast mee te nemen. Ik wil niet graag de volgende ‘soort’ zijn die met uitsterven wordt bedreigd… Bovendien gun ik mijn zoon – die eveneens coeliakie heeft – ook nog een beetje kwaliteit van leven. Ik moet er niet aan denken dat hij straks elke dag op zoek moet naar iets eetbaars zonder gluten. Of zijn eigen groentetuin moet gaan runnen. Misschien kan de NCV (Nederlandse Coaliekie Vereniging) hierin meedenken?

    1. Dirk van Apeldoorn

      Hoi Tine,

      Volgens mij hebben we al eerder contact hier over gehad. mengteelten of zelfs biologische landbouw in het algemeen met het gebruik van vaste stalmest met stro is een ramp voor Coaliekie patienten, maar daar staan heel veel voordelen tegenover zoals in het artikel genoemd. Ik verwacht dat er in de toekomst verschillende vormen van landbouw naast elkaar zullen zijn. Volledig gecontroleerde substraat teelt past veel beter bij de eisen die coaliekie patienten hebben aan voedsel. Door verschillende oplossingen naaste elkaar te laten bestaan is er voor iedereen kwaliteit van leven.
      Dirk

  7. Door: Frits van der Sluis · 25-05-2020 om 14:03

    Ik werd helemaal blij van dit artikel.
    Alleen vroeg ik me af waarom onderstaande tekst in de kop van het artikel is opgenomen. Ik weet dat een koptekst kort, bondig en uitnodigend moet zijn. De kunst is dan wel om fouten in zo’n tekst te voorkomen omdat dat nogal knullig kan overkomen.

    “… meer kruipende insecten aan zoals spinnetjes …”

    1. Dirk van Apeldoorn

      haha, stom foutje had inderdaad moeten zijn bodemkruipende insecten en spinnen. Het verschil tussen torren en kevers weet ik zelf ook niet maar ze worden vaak samen genoemd. In wetenschappelijke teksten hebben we het gewoon over geleedpotigen 🙂

      1. Door: Frits van der Sluis · 25-05-2020 om 16:19

        Het verschil tussen kever en tor is inderdaad lastig, omdat deze twee namen meestal elkaars synoniem zijn. Alleen dronken ben je meestal als een tor en niet als een kever, gek genoeg.

  8. Door: Ivo Huits · 25-05-2020 om 15:36

    Kunnen stroken met verschillende gewassen de instroom van bodemdeeltjes en nutriënten naar natuurgebieden beperken? En zou een zulk idee draagvlak vinden bij agrariërs?

  9. Door: marc Bellinkx · 26-05-2020 om 10:20

    Fijn dit artikel te lezen. Als leraar aardrijkskunde spreek ik over ‘stripcropping’ als verdediging tegen stofstormen in de VSA en in Vlaanderen als een middel om erosie in te dammen.
    geostorms.classy.be

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *