Uitgelicht

Overal gezond en betaalbaar voedsel

2 april 2021

Mensen in lage inkomenslanden kunnen vaak moeilijk aan groente en fruit komen en eten daardoor te eenzijdig. Om hun eetpatronen gezonder te maken, leiden Wageningse voedingswetenschappers een internationaal onderzoek naar voedselsystemen. Ze kijken in Nigeria, Ethiopië, Bangladesh en Vietnam welke veranderingen er nodig zijn in beleid, voorlichting en voedselaanbod. Dat doen ze onder meer in experimenten met voorgesneden groenten, kortingsbonnen voor groente en fruit en het opstellen van voedingsrichtlijnen.

In de media is er vooral aandacht voor hongersnoden in arme landen, door bijvoorbeeld droogte, mislukte oogsten of conflicten. Maar wat eigenlijk vaker voorkomt is dat mensen door te eenzijdige voeding te weinig vitaminen en mineralen binnenkrijgen, vertelt voedingswetenschapper Inge Brouwer. “Een tekort aan voedingsstoffen kan komen doordat mensen in een food desert leven, een gebied waar amper verse producten te vinden zijn. Als er al gezond voedsel is, is dat prijzig of is er moeilijk aan te komen. Dat zie je bijvoorbeeld in de VS, maar ook in rurale gebieden in de Sahara.”

Bovendien groeit het aanbod van ongezond en bewerkt voedsel met veel vet en suiker overal. Dit voedsel is vaak goedkoop maar bevat weinig vitaminen en mineralen. “Ook in arme landen zien we een enorme stijging in overgewicht”, aldus Brouwer. Verder maken peulvruchten, groenten en fruit niet altijd deel uit van de traditionele eetpatronen, die vaak vooral bestaan uit koolhydraatrijk basisvoedsel zoals granen.

“Om voedselsystemen te veranderen, moeten er strategieën en beleid worden ontwikkeld op regionaal, nationaal en internationaal niveau. Nu begrijpen we beter wat daar allemaal voor nodig is.”

Inge Brouwer, voedingswetenschapper en projectleider

Wat ook niet helpt is dat de wereldwijde voedselproductie uiteindelijk draait om vijf basisgewassen: tarwe, rijst, maïs, palmolie en soja, waarbij dat laatste vooral voor veevoer wordt gebruikt. “Overal is beleid en onderzoek gericht op de productie van deze vijf gewassen. Dit was succesvol, maar heeft ertoe geleid dat de productie van andere meer nutriëntrijke gewassen zoals fruit en groente zijn achtergebleven. En die zijn nu juist belangrijk voor een gezonde voeding.”

Nieuw uitgangspunt

Er zijn veel projecten en onderzoeken die zich richten op voedselzekerheid of het tegengaan van ondervoeding. De laatste jaren onderschrijven veel onderzoekers en organisaties echter de noodzaak van structurele veranderingen binnen voedselsystemen. Het begrip voedselsysteem verwijst naar het samenspel van overheden, voedselproducenten, voedselaanbieders, consumenten, en bedrijven en organisaties daaromheen. “Door de globalisering zijn voedselsystemen over de hele wereld met elkaar verknoopt. We moeten dan ook kijken naar veranderingen op lokaal, regionaal, nationaal, en globaal niveau.”

Brouwer leidt en coördineert het speerpunt Voedselsystemen voor gezondere eetpatronen binnen het brede onderzoeksprogramma Agriculture for Nutrition and Health (A4NH) van CGIAR, een internationale alliantie van landbouwkundige onderzoeksorganisaties. A4NH loopt van 2017 tot en met 2021. CGIAR heeft 24 miljoen dollar uitgetrokken voor het speerpunt Voedselsystemen voor gezondere eetpatronen.

“De meeste voedselsysteembenaderingen gaan vooral uit van voedselproductie. Maar wij denken, vanuit onze focus op voedzaamheid en gezondheid, vanuit de consument en kijken naar de voedselomgeving – de plekken waar consumenten voedsel vinden. Dan heb je een heel ander uitgangspunt.”

Voedingsrichtlijnen

Brouwer en haar collega’s van WUR en kennisinstellingen elders doen onderzoek in Nigeria, Ethiopië, Bangladesh en Vietnam. “Het was een heel gepuzzel om te kijken in welke landen er voldoende achtergrondinformatie voorhanden was, maar waar de omstandigheden ook sterk verschillen.” De wetenschappers kijken namelijk hoe strategieën en interventies uitpakken in uiteenlopende contexten. “Ethiopië en Vietnam kennen beiden een sterke staat, zodat we daar meer met de overheid kunnen optrekken. In Bangladesh en Nigeria werken we vooral met organisaties en belangengroepen.”

Vervolgens bepaalden de onderzoekers welke aspecten van voedselsystemen vanuit het perspectief van gezonde voedingspatronen belangrijk zijn en welke rol overheden, voedselproducenten en –aanbieders en consumenten spelen. De onderzoekers legden – zoveel mogelijk samen met de betrokken spelers – vervolgens de grootste knelpunten bloot en keken welke kennis nog ontbreekt.

“Daar kwam een soort kennisroutekaart uit voort voor ons onderzoek. Zo bleek bijvoorbeeld dat Ethiopië geen richtlijnen voor gezonde voeding heeft, zoals de voedselpiramides in veel landen of onze Schijf van Vijf. Die richtlijnen helpen de overheid om te bepalen welk beleid er nodig is om het eetpatroon van de bevolking gezonder te maken.”

Kindervideo’s en kortingsbonnen

Aan de hand van de kennisroutekaarten togen de onderzoekers aan de slag om de gaten in kennis te dichten. “Dat deden we in samenwerking met lokale universiteiten. We stelden onder meer kleine onderzoeksbeurzen beschikbaar voor masterstudenten. Met name in Ethiopië waardeerden de lokale universiteiten dat ze zo konden bijdragen en het leverde veel nieuwe kennis op.” Ook keken de wetenschappers welke netwerken zich bezighouden met gezonde eetpatronen. “Het bleek dat de organisaties binnen die netwerken vooral uitwisselen wat ze doen. Ze zijn nog niet bezig om een gezamenlijke visie te ontwikkelen en uit te dragen”, vertelt Brouwer.

Met lokale partnerorganisaties samen bestudeerden de onderzoekers bovendien de effecten van uiteenlopende pilotprojecten. In Ethiopië werd bijvoorbeeld een videoprogramma voor kinderen gemaakt over gezond eten. En in Nigeria en Vietnam werd met retailers zoals supermarkten gewerkt aan betere manieren om groente en fruit aan te bieden, bijvoorbeeld door een andere presentatie of door kortingsbonnen uit te delen.”

Groente op wielen

Een geslaagde pilot in de Nigeriaanse stad Akure is Veg-on-Wheels dat met de lokale universiteit werd uitgevoerd. “Gemak is een belangrijke factor bij het bereiden en eten van groenten. Tijdens of na een drukke werkdag is het lastig om naar de markt te gaan en daarna groente schoon te maken en snijden. Daarom werden gewassen, gesneden en verpakte bladgroenten per fietskar naar plekken gereden waar veel mensen werken, en daar verkocht. Dit was zo succesvol dat het in Lagos en elders in Nigeria ook is opgepakt.”

Een geslaagde pilot in de Nigeriaanse stad Akure is Veg-on-Wheels, dat met de lokale universiteit werd uitgevoerd.

Brouwer en haar collega’s hebben inmiddels tal van succesvolle interventies gezien die voor kleine of grotere veranderingen in het voedselsysteem zorgen. “Maar dit zijn pilots, we weten nog niet of ze ook werken wanneer we ze opschalen of in een andere context toepassen.”

Omdat voedselsystemen zo ingewikkeld zijn, kun je veranderingen alleen bewerkstelligen door een integrale aanpak, benadrukt Brouwer. “Wanneer je een betere volksgezondheid nastreeft en vandaaruit je doelen opstelt, moet je ook rekening houden met de trade offs, de nadelen. Zo vraagt groente- en fruitteelt meer water, land en bestrijdingsmiddelen dan de teelt van basisgewassen. Bestrijdingsmiddelen kunnen negatieve effecten hebben op de voedselveiligheid, en meer irrigatie kan leiden tot meer muggen en dus malaria.”

Om alle aspecten goed in het oog te houden, werkt A4NH met onderzoekers uit verschillende disciplines die kennis hebben over voeding, gezondheid, beleid, transities, productiesystemen en voedselketens, consumenten en ontwikkeling in armere landen.

Vervolgonderzoek

Inmiddels is het laatste jaar van het vijfjarige onderzoeksprogramma A4NH aangebroken, maar er komt een vervolg. “De coronapandemie heeft ons werk vertraagd, maar tegelijkertijd veel problemen verduidelijkt. Daardoor kunnen we kijken hoe we bepaalde componenten van voedselsystemen beter kunnen terugbouwen”, vertelt Brouwer.

“In het begin hadden we misschien een te eenvoudig beeld van veranderingen in voedselsystemen. Om voedselsystemen te veranderen, moeten er strategieën en beleid worden ontwikkeld op regionaal, nationaal en internationaal niveau. Nu begrijpen we beter wat daar allemaal voor nodig is. Die kennis nemen we mee naar het vervolgonderzoek.”

Meer lezen:

Heb je vragen of opmerkingen? Ga hieronder in gesprek.

Plaats een reactie »


Inge Brouwer

Inge Brouwer · Voedingswetenschapper en projectleider

Na haar studie Voedingswetenschappen in Wageningen, promoveerde Inge Brouwer in de jaren ’90 op haar onderzoek in Malawi naar de effecten van schaarste aan brandhout op voeding. Vervolgens werkte ze zeven jaar bij Unicef in Ghana aan grass-root ontwikkeling ter verbetering van voeding. In 2001 trad Brouwer in dienst bij de Wageningse leerstoelgroep Humane voeding en Gezondheid. Inmiddels is ze daar universitair hoofddocent en geeft ze leiding aan internationale projecten, waaronder EU-projecten. “Uiteindelijk wil ik met mijn werk graag helpen om mensen die het minder hebben een betere en duurzamere toekomst geven. Gezonde voeding past in de bredere inbedding daarvan. Daarom is het ook heel belangrijk om jonge mensen op te leiden in het onderzoek. Met multidisciplinaire kennis over de gezondheidsaspecten van voedselsystemen, kunnen we een betere bijdrage leveren.”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *