Koken zonder schaar

Door: Saskia Visser · 29 april 2021
Categorie: Biobased materialen

“Zonder schaar kun je tegenwoordig niet meer koken.”

Dit zinnetje heb ik eens ergens gehoord, geen idee meer precies waar en wanneer, maar het spookt regelmatig door mijn hoofd. En in het kader van mijn voornemen om mijn leven wat duurzamer vorm te geven, heb ik dit toch maar wat verder uitgezocht. Ik heb een week lang al de plastic verpakkingen van de spullen die ik bij mijn avondeten gebruik op de foto gezet. Confronterend! Oké, koken zonder schaar lukt me kennelijk niet, dus kom ik bij de vraag: waarom zit er zoveel plastic om ons voedsel? En, nog belangrijker: kan het ook anders?

Veiligheid en gemak

Als je als klant door de supermarkt loopt en bijvoorbeeld een potje pindakaas koopt, dan weet je dat niemand daar een lik uit heeft gehaald. Onder het deksel zit nog een laagje cellofaan. Volgens mijn collega Harriëtte Bos is veiligheid inderdaad een belangrijke reden voor plastic verpakkingen. Daarnaast is houdbaarheid belangrijk; denk aan het plastic om de komkommer waardoor deze echt veel langer goed blijft. Daarnaast wordt vlees ook in plastic onder ‘een beschermde atmosfeer verpakt’ waardoor er bijvoorbeeld geen zuurstof in de verpakking zit, en het product langer goed blijft. Gemak is een reden, een kilozak appels is sneller gepakt dan een kilo losse appels, en uiteraard zijn breekbaarheid en gewicht ook goede redenen voor een plastic verpakking. Een mega-pack cola in glazen flessen van 2 liter zeul je niet zo makkelijk met je mee. Ook kan je dankzij het plastic zien wat je koopt en dit maakt een product aantrekkelijker om te kopen.

De nieuwe plastic economie

Oké, dus een deel van de verpakkingen zit om een product met een duidelijk doel. Moeten we daar dan maar mee leven? Gelukkig is het antwoord deels nee. Zo is in 2019 het Plastic pact afgesloten. Doel: komen tot een meer verantwoorde en vereenvoudigde plasticketen. Maar juist dit pact wordt door bijvoorbeeld de Plastic Soup foundation zwaar bekritiseerd. Afspraken zijn niet juridisch afdwingbaar en een mooie plastic verpakking blijft aantrekkelijk want het stimuleert de verkoop van het product. Er moet dus iets meer gebeuren. De Ellen Mac-Arthur foundation geeft met 3 stappen een mooie richting voor ‘de nieuwe plastic economie’: 1) alle plastics moeten zoveel mogelijk circulair worden gebruikt (gerecycled) in gelijkwaardige toepassingen. 2) lekkage van kunststoffen in het milieu moet worden voorkomen. En 3) productie van nieuwe plastics wordt losgekoppeld van fossiele grondstoffen.

Verpakking bij GFT, papier of toch bij plastic?

Dat betekent voor ons als consument dat we ons inzetten om zoveel mogelijk van dat plastic dat we gebruiken goed te recyclen. Maar dat recyclen brengt me wel weer op een ander onderwerp. Op meer en meer verpakkingen staat nu ‘plant base packing’. Dat geeft een goed gevoel, maar als mijn dochter vraagt: “Waar moet deze verpakking eigenlijk bij?”, heb ik geen antwoord. Kan het bij GFT, bij papier of toch gewoon plastic? Gelukkig geeft Harriette Bos, co-auteur van het boekje ‘Biobased plastics 2019’, ook hier uitleg: “Er zijn twee hoofdcategorieën plastics. De eerste bestaat uit polyolefinen zoals ethyleen; deze vind je onder andere in plastic zakken en keukendoosjes. Ze zijn gemaakt in een onomkeerbaar proces. Hoewel je dit plastic kan recyclen, is dit is ook het plastic wat jaren later nog in het milieu terug te vinden is. De tweede categorie bestaat uit polyesters of nylon. Ze zijn gemaakt van bouwstenen in een proces dat in principe wèl omkeerbaar is; ze kunnen worden afgebroken. Denk aan het polyester tentje dat in de zon staat, waar water opkomt, en ‘opeens’ lekt; hier is het plastic afgebroken”.

WUR werkt samen met chemische bedrijven

Het nu meest gebruikte polyester, polyethyleen of PET, is goed te recyclen, maar niet makkelijk afbreekbaar. Door te spelen met de samenstelling van de bouwstenen waaruit het is gemaakt, kun je dat wel bijsturen. Harriëtte: ”Het lastige is dat polyethyleen ook uit plant-based grondstoffen gemaakt kan zijn. Er staat dan ‘plant based” op de verpakking, maar moet dan wel gerecycled worden, en breekt niet af. Het is dus heel belangrijk om op de verpakking te zetten in welke afvalbak het product moet. Om het wat makkelijker te maken voor de consumenten, moeten we niet alleen focussen op de productie van plant-based plastic, maar ook het gebruik van de polyethylenen vermijden en vervangen door goed afbreekbare plastics. Binnen Wageningen werken we samen met grote chemische bedrijven aan plastics die afbreekbaar zijn en geproduceerd met hernieuwbare grondstoffen”.

Zo is ‘PBS’ een goed afbreekbaar polymeer dat gemaakt kan worden van mais, waarbij de eiwitten gebruikt worden voor voeding en het zetmeel gebruikt wordt voor de productie van bio-afbreekbare plastics. En polymelkzuur (PLA) is op dit moment de belangrijkste biobased plasticsoort en één van de meest aansprekende voorbeelden van een 100% biobased polymeer. PLA heeft goede eigenschappen: het is stijf, transparant en glossy en is dus ook composteerbaar in industriële composteerinstallaties.

Gedrag composteerbare plastic in het GFT-proces

Verpakkingsmateriaal dat van deze stoffen is gemaakt zou dus prima in de GFT-bak kunnen. Maar veel composteerders zijn er toch niet gerust op. Daarom heeft Wageningen Food & Biobased Research onderzocht hoe composteerbare plastics zich gedragen in het huidige GFT-afvalverwerkingsproces in Nederland. Conclusie: deze plastics kunnen prima verwerkt worden met het GFT. In de compost, het eindproduct van de GFT-afvalverwerking, zijn geen resten van composteerbare plastics terug gevonden. Het voegt dus niet echt iets toe aan de compost, maar heeft ook geen schadelijke bijwerking. Opvallend was dat de composteerbare producten gemaakt van polymelkzuur (PLA) sneller bleken af te breken dan bijvoorbeeld papier en sinaasappelschillen en zelfs na één composteercyclus van 11 dagen niet meer teruggevonden konden worden. Dit gold niet alleen voor de dunne theezakjes, maar ook voor de dikkere plantenpotten. Toch ook belangrijk: in dit onderzoek werden ook resten van fossiele (niet composteerbare) plastics gevonden in de compost! We moeten dus wel goed weten welke plastics we bij het GFT gooien.

Niet alleen composteren in afval, maar ook in milieu

Als we naar de nieuwe plastic economie kijken, dan zullen we dus enerzijds minder plastic gaan gebruiken; we zien de shampoobars en tablet-tandpasta al meer en meer in de winkel verschijnen. Maar toch: voor de veiligheid, ons gemak en de houdbaarheid van ons voedsel zullen we plastic blijven gebruiken. In de eerste plaats moeten we er dan voor zorgen dat deze plastics goed te recyclen zijn, door hier bij het ontwerp van verpakkingen rekening mee te houden. Concreet: geen verschillende soorten plastic door elkaar gebruiken in één product (design for recycling). Verder is het belangrijk dat alle plastics gemaakt worden van hernieuwbare bronnen in plaats van fossiele bronnen. En hoewel we lekkage van kunststoffen naar het milieu willen voorkomen, willen we zeker niet dat – mocht het toch gebeuren – de plastics achterblijven in ons milieu en een plastic soep vormen. We willen dus dat de plastics van de toekomst niet alleen in de afvalverwerking composteren, maar ook in het milieu. Promovendus Julian Engelhart werkt precies op dit onderwerp; hij ontwikkelt een biobased plastic dat aan alle functionele eisen voldoet, stabiel is met ‘zoetwater’ maar uiteenvalt in biologische componenten zodra het in contact komt met zoutwater. Zodra dit plastic er is, kunnen we dus weer koken zonder schaar, maar hebben we een glaasje zoutwater nodig om onze verpakkingen te openen.

Saskia Visser

Als programmamanager van het kennisontwikkelingsprogramma ‘Naar een circulaire en klimaatneutrale samenleving’ leidt Dr. Saskia Visser die strategische onderzoeksagenda voor Wageningen University & Research. Saskia faciliteert geïntegreerde kennisontwikkeling binnen WUR en zorgt voor multidisciplinaire bouwstenen die gebruikt kunnen worden om de transitie naar een circulaire bio-economie te faciliteren.

Verder bouwt Saskia aan samenwerkingsverbanden die gezamenlijk zoeken naar circulaire en klimaatneutrale oplossingen die bijdragen aan de realisatie van de SDG's. In haar onderzoek integreert Saskia fysiek procesmatig onderzoek met sociaal leren en participatieve beleidsontwikkeling. Ze maakt gebruik van de theorie van transitiemanagement om te verzekeren dat wetenschappelijk onderzoek leidt tot grootschalige implementatie van circulaire en klimaatneutrale oplossingen.

Saskia werkt aan onderwerpen als circulaire landbouw, duurzame voedselproductie, Climate Smart Soil & Land Management en Fossil Free productiesystemen. Ze is momenteel co-coördinator van het ambitieuze European Joint Program on Agricultural Soils under climate Change.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *