Mijn stad in 2050

Door: Koen Wetser · 5 oktober 2021
Categorie: Europa 2050

Dit blog is geschreven door Ilse Voskamp en Jan Verschoor. Het is deel van een serie over een circulair en klimaatneutraal Europa in 2050.

Het is 2050. Europa is volledig circulair en klimaatneutraal. Wat zie je als je om je heen kijkt? Dit is de vraag die we binnen Wageningen & Research (WUR) hebben uitgezet. Op basis van alle antwoorden die we terugkregen, schreven we vier inspirerende toekomstverhalen over hoe Europa er in 2050 uit zou kunnen zien. De verhalen zijn geschreven vanuit het ik-perspectief; ze beschrijven een toekomst en niet de toekomst. Ze gaan over stedelijke gebieden, agrarische gebieden, natuurlijke gebieden en Europa’s wateren. Het werk rond deze thema’s is deel van de One Wageningen-uitdaging om een klimaatneutrale agenda voor WUR te ontwikkelen en wordt gefinancierd vanuit het kennisbasisprogramma Circulair & Klimaatneutraal. In deze blogreeks delen we de verhalen. Dit is het eerste verhaal in de reeks.

Het is 2050 en ik leef in een groene stad. Als ik thuis uit het raam kijk, zie ik overal bomen en water. Groen is ook overvloedig aanwezig op de muren en daken van gebouwen, waar het bijdraagt aan energie-efficiëntie en biodiversiteit. Het dak van mijn huis is verbonden aan een regentuin, net als de andere huizen in de stad. Deze regentuinen maken deel uit van een grote groene infrastructuur die door heel de stad loopt en deze met de omgeving verbindt. De groene infrastructuur draagt bij aan de zuivering van regenwater, stormwater en gemeentelijk en industrieel afvalwater. Hierdoor kunnen we dit water opnieuw gebruiken als bron.

Wateroppervlakten spelen ook een sleutelrol in het energienetwerk van de stad. Ze worden gebruikt als een thermale bron om nabijgelegen gebouwen te koelen en het stedelijke groen te irrigeren. Het regionale verwarmings- en koelingsnetwerk is in onze stad uitgegroeid tot het belangrijkste systeem voor temperatuurregeling. Ik leef met plezier in mijn nieuwe energieneutrale woning, dat ik kan koelen en verwarmen om het leven aangenaam te maken nu het klimaat meer extremen vertoont.

Tijdelijke wateropslag

Als ik mijn huis verlaat, adem ik altijd graag diep in zodra ik de deur uitstap. Dankzij de groene infrastructuur en het gebruik van schone energie, adem ik gezonde lucht in. Smog is iets van het verleden geworden. Terwijl ik door de straat loop, passeer ik speelplaatsen en sportvelden. Die zijn ook deel van de groene stedelijke infrastructuur. Om een buffer te hebben in perioden van extreme regenval en droogte – onze nieuwe realiteit – zijn opslagfaciliteiten normaal geworden in onze stad. Deze faciliteiten zijn niet alleen geïntegreerd in speelvelden en onder sportvelden, maar ook in kelders van appartementengebouwen en in grondwater.

Het groen in mijn stad is ook een belangrijk element in tijdelijke wateropslag en helpt ons zo om overstromingen en pieklozingen tijdens extreme regenval te voorkomen. Extreme neerslag komt tegenwoordig behoorlijk vaak voor. In deze tijd zijn de straten gemaakt van doordringbare bestrating. Hierdoor kan het water infiltreren in de ondergrond.

PV-panelen voor energie en schaduw

Onze straten zien er anders uit dan vroeger, doordat particulier autobezit behoorlijk is afgenomen. Alle ruimte die vroeger door parkeerplaatsen werd ingenomen, is getransformeerd in groene ruimte en prettige wandel- en fietspaden. Boven deze nieuw ontwikkelde paden hangen PV-panelen die licht omzetten in elektriciteit (red. technische benaming zonnepanelen). Deze oppervlakten leveren niet alleen energie, maar geven ook schaduw. En dat is nodig, omdat we ’s zomers regelmatig te maken hebben met hittegolven. Dankzij deze overkappingen is een wandeling nog steeds aangenaam.

De PV-oppervlakten bevinden zich ook boven waterwegen. Hierdoor is de waterkwaliteit verbeterd. Het is redelijk normaal om een duik te nemen in een van onze stadswateren; iets waarvan je in 2020 niet had gedroomd.

In het park vlak bij mijn huis spreek ik graag af met mijn 91-jarige moeder – zelfs op een warme zomerdag. Ze woont op het platteland, op ongeveer een uur reizen. Dankzij nieuwe, handsfree vormen van transport kan ze nog steeds zelfstandig op bezoek komen. Meestal blijft ze eten. We bestellen dan simpelweg online eten afkomstig van lokale en regionale producenten. Binnen een halfuur is het bezorgd met de drone leveringsservice. Ik herinner me nog de vele witte busjes die in 2020 dagelijks door mijn straat reden om online bestelde pakjes te leveren. Blij dat we dit nu veel efficiënter doen.

Dierlijke producten zijn schaars

De vertical farms in onze stad leveren vers gesneden sla, kruiden en fruit. Andere producten komen vanuit regio’s met optimale bodem- en groeicondities. Dierlijke producten zijn schaars geworden in mijn eetpatroon; we eten meestal plantaardig nu en we weten hoe we fantastische smaken en texturen kunnen creëren. Het dier in de productieketen is vervangen door hightech productieprocessen waarmee vlees en kaas direct uit grondstoffen zoals gras worden gemaakt.

Over efficiënt gesproken: wist je dat we geen afval meer hebben? Afval is ouderwets. In plaats daarvan denken we in bronnen. Het groenafval en menselijk afval dat in onze stad wordt gegenereerd, wordt na behandeling gebruikt als bron van voedingsstoffen voor boerderijen in en rond de stad.

In onze economie zijn de waarden van een ‘prijsloze en stemloze’ aarde ook verwerkt in economische prijzen. Onze economie is nu gebaseerd op regeneratie ‘vernieuwing’ in plaats van uitputting. Ik herinner me nog de ophef en protesten toen de ‘uitputtingsbelasting’ werd ingevoerd, maar het zette zoveel nieuwe, duurzame ontwikkelingen in gang dat ik niet kan terugkijken zonder te denken: ‘Waarom hebben we dit niet eerder gedaan?’

Praat mee en verder over dit onderwerp tijdens Circular@WUR, 6, 7 en 8 december op Wageningen Campus.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *