Eetbare stad Almere

Door: Jan Eelco Jansma · 5 juni 2019
Categorie: Stadslandbouw

-Een goed bewaard geheim aan de vergetelheid onttrokken-

In de publieke ruimte van de stad Almere staan veel fruit- en notenbomen. Zelfs genoeg noten om de stad in haar behoefte te voorzien. Dat is de conclusie van een inventarisatie die Wageningen University & Research onlangs publiceerde. Maar met welk idee zijn deze bomen ooit geplant? Samen met collega Arjan Dekking ging ik opzoek naar het hoe en waarom van eetbare planten in Almere. Onze zoektocht had ook nog een leuke bijvangst, met een Wagenings tintje.

Voordat ik dieper in ga op onze speurtocht, begin ik met de verrassende aanleiding. In 2017 brengt de Belgische duurzaamheid-ondernemer Gunther Pauli (van boek: The Blue Economy) op verzoek van het toenmalige college een bezoek aan Almere. Hij daagt de stad uit meer te doen met haar eigen potentieel als middel om een duurzame lokale economie op te bouwen. Zo wijst hij op de aanwezigheid van allerlei eetbare soorten in de stad. Het college wordt hierdoor geprikkeld, en vraagt Flevo Campus nader onderzoek te doen. Flevo Campus vroeg vervolgens mij om een voorstel uit te werken. Het leek me goed om eerst in kaart te brengen wat er allemaal aan eetbaars in de stad aanwezig is, voordat de vraag beantwoord kan worden wat er zoal mee te doen.

Inventarisatie van de eetbare stad Almere

Overhandiging inventarisatie 22-05-2019

Overhandiging inventarisatie 22-05-2019

Een team van Wageningen Universiteit & Research gaat in 2018 aan de slag en onderzoekt alle mogelijke bronnen (zoals de Wildplukwijzer, de Nationale Databank Flora en Fauna en de gemeentelijke databank) en doet op drie locaties in de stad veldwaarnemingen. De uitkomst van de inventarisatie is verrassend: in de parken, bossen en plantsoenen van Almere staan vele noten-, kersen-, kornoelje-, pruimen-, en vlierbomen en bramenstruiken, en wel veel meer dan deze (on-)officiële bestanden vermelden. Er groeien zelfs voldoende noten in het wild om in potentie de Almeerse bevolking te voorzien in hun behoefte. Met uitzondering van de noten wordt er weinig met deze rijkdom gedaan. 22 mei jl. overhandigde ik de inventarisatie aan wethouder Hilde van Garderen. En daagde haar uit deze rijkdom te benutten. Of het nu gaat om bedrijvigheid, versterken van de biodiversiteit, gezondheid, of cohesie in de stad, de eetbare aanplant kan een verbindende rol spelen.

Op zoek naar de oorsprong

Deze inventarisatie riep bij mij de vraag op, wie of wat zit er achter al die fruit-, en notenbomen in Almere? Is eetbare stad Almere een gevolg is van bewuste ruimtelijke planning? Is het dus ooit aangeplant met de gedachte dat dit een onlosmakelijk onderdeel is van de Garden City Almere, zoals de eerste ontwerpers, de peetvaders/moeders van de stad, voor ogen hadden? In zijn boekje uit 2018 over Almere bevestigt Redmond O’Hanlon deze gedachte: “De eerste ontwerpers hadden veel vruchtbomen … in gedachten” (p 97-98). Almere is een tot in detail ontworpen stad, dus er moet dus zeker meer te vinden zijn over de beplanting. Samen met collega Arjan Dekking ging ik op speurtocht. Zo spraken we een aantal peetvaders/moeders van Almere. De meeste hadden weet van die fruitbomen, maar hoe dat precies zat was hun ontgaan. Dan maar naar de archieven. De Rijksdienst voor de IJsselmeer Polders (RIJP) was verantwoordelijk voor de inrichting van de polders voordat de afzonderlijke gemeenten er kwamen en Staatsbosbeheer een deel van de natuur onder haar hoede nam. Dus er zouden dan toch op zijn minst beplanting schema’s moeten zijn gemaakt door de RIJP, dachten we. Arjan Dekking toog met één van de peetvaders naar Erfgoedcentrum Nieuw Land in Lelystad. Hier ligt in het Flevolands Archief ook het archief van de RIJP. Helaas, geen schema’s, kaarten of plannen bij het Erfgoedcentrum.

Persoonlijke invulling

Wildpluk Almere

Wildpluk Almere

Toevallig organiseert Stichting Polderblik dit voorjaar een lezingenreeks over het verleden en de toekomst van Almere. Op 23 mei ging de lezing over de groene identiteit van Almere, de ontwikkeling van het stadslandschap. Christian Zalm, één van de landschapsarchitecten van het eerste uur ging in op het ontwerp van de groene ruimte van Almere. Veel oud gedienden waren aanwezig. Voor mij een goede gelegenheid om nog eens rond te vragen. Een van de ontwerpers van Almere gaf aan dat zij de plankaarten maakten; kaarten waarop het groen in de buitenruimte van de stad stond en welke functie dat groen kreeg. Vervolgens gingen die kaarten naar RIJP of later Staatsbosbeheer. Zij deden de beplanting. Deze beplanting ging volgens een vrij standaard patroon, maar er was enige ruimte voor variatie in soorten. Blijkbaar werd die deels opgevuld met fruit- en notenbomen. Mogelijk waren er mensen bij Staatsbosbeheer en de RIJP die er een persoonlijke invulling aan gaven. En dit geldt trouwens niet specifiek voor Almere want ook in Lelystad en Dronten is fruit terug te vinden in de beplanting, blijkt. Het lijkt er dus op dat hoewel Almere als Garden City ontworpen is, de herkomst van het fruit in de beplanting uit de schoot van de RIJP en Staatsbosbeheer voortkomt.

Decennia geleden al op het menu

Zoals gezegd had onze zoektocht nog een leuke bijvangst. We wisten al dat er in de jaren tachtig op Landgoed de Kemphaan in Almere een natuureducatie- en voorlichtingscentrum was waar modeltuinen waren ingericht. Al die nieuwe bewoners van Almere, in die periode veelal afkomstig uit Amsterdam, konden hier inspiratie opdoen over tuinen en tuinieren. Maar één van de peetvaders wist ons te melden (met documentatie) dat er in die periode ook gesprekken waren met de Wageningse hoogleraar humane voeding Hautvast. Er werd met hem gesproken over verstandige voedingspatronen, minder vleesconsumptie, zelfvoorziening en lokale productie. Uiteindelijk werd er een demonstratietuin aangelegd “om zo het breder publiek te laten kennismaken met het benodigde ruimtegebruik voor voedselproductie in het landgebruik door land- en tuinbouw alsmede de veeteelt van twee voedingspatronen (vleesarm en vleesrijk)”. Ziehier. Het huidige debat over ruimtegebruik en gezonde voeding dat recent onder de aandacht is gebracht met het PBL rapport Dagelijkse kost, stond veertig jaar geleden al in Almere op de agenda. Helaas is dit net als de tuinen op de Kemphaan en de fruit- en notenbomen in de publieke ruimte van Almere in de vergetelheid geraakt. En dan is er notabene een Belg nodig om het goed bewaarde geheim van Almere weer aan de vergetelheid te onttrekken….

Jan Eelco Jansma

Jan Eelco Jansma

Onderzoeker Feeding the City, Promovendus

Er zijn 2 reacties.

  1. Door: Jan Bellinga · 06-06-2019 om 13:46

    Het klopt inderdaad dat medewerkers van afdeling Landschapsbeheer bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders veel fruitbomen hebben aangeplant. Zowel in de bossen en in het stedelijk groen is groot- en klein fruit geplant. Bij de inrichting van veel parken en recreatiegebieden is veel groot fruit geplant. Van vleugelnoten, tamme kastanje, vlier, bergvlier, okkernoten, cornoeljestruiken, wilde pruimen, duindoorn, bramen, frambosen vogelkers en vuilbomen. De beplantingsplannen werden op plantsoenbonnen uitgewerkt door Dries van Putten (medewerker bedrijfsbureau op het Smedinghuis in Lelystad).

  2. Door: Jan Eelco Jansma · 11-06-2019 om 14:34

    Beste Jan,

    Dank voor je reactie. Ons vermoeden klopt. Weet je ook wie de opdrachtgever binnen RIJP was en waarom er veel fruit werd aangeplant? Was er bewust beleid?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *