De regionale overheid als ideale aanjager van de biobased economie: een checklist

Dit artikel is geschreven door Ingrid Coninx, Berien Elbersen en Joske Houtkamp. Leadfoto: Berien Elbersen.

Deze blog is geschreven voor mensen die bij provincies, bedrijven of clusterorganisaties werken aan de verdere ontwikkeling van de biobased economie in de regio. Deze mensen hebben vaak meerdere doelen: ondernemers helpen om biobased producten te ontwikkelen en verkopen bijvoorbeeld, en ervoor zorgen dat duurzaamheidsdoelstellingen die horen bij een biobased economie worden gehaald. Deze laatste omvatten bijvoorbeeld minder CO2-uitstoot en duurzaam omgaan met natuur, water en bodem. De vraag waar velen van hen mee worstelen is: doe ik wel de goede dingen?

POWER4BIO: de zoektocht naar ‘de goede dingen’

In het Europese project POWER4BIO gingen Berien Elbersen, Joske Houtkamp en Ingrid Coninx op zoek naar wat een regionale overheid zou moeten doen om een regio de meeste slaagkans te geven om die biobased economie te laten groeien. Samen met onderzoekers van het Hongaarse Bay Zoltan en AKI keken zij naar vooroplopende biobased regio’s in Europa. De onderzoekers vergeleken de regio’s en kwamen tot onderstaande checklist van ‘goede dingen’. Aan de hand van onderstaande beschrijving kan nagegaan worden of deze zaken al gebeuren in een regio of nog niet. In het laatste geval kan dit overzicht gebruikt worden ter inspiratie om aanvullende acties in gang te zetten.

1. Een strategie die uitgaat van lokaal beschikbare biomassa en die past bij de regionale sectoren

De overheid heeft gekeken welke biomassa op dit moment in de regio aanwezig is. Zij heeft de ondernemers samengebracht om samen een regionale strategie te maken hoe die biomassa op een zo hoogwaardig mogelijke manier ingezet kan worden in de regionale productieprocessen. Een voorbeeld is Chemie Cluster Bayern die ervoor gekozen heeft om een regionale strategie te maken rondom de reststromen uit de land- en bosbouw en uit afvalwater.

2. Concrete doelen durven stellen en een tijdspad benoemen

Funest is een beleidsplan dat vol goed bedoelde algemeenheden staat. Ondernemers hebben juist behoefte aan duidelijkheid over tijdsperspectief en verdeling van verantwoordelijkheden om zo daadkrachtig een plan te realiseren. In een duidelijk plan zijn doelen kwantitatief vastgelegd en kunnen deze gemonitord worden. Het ideale tijdsperspectief is 20 jaar of meer voor een strategie en 10 jaar voor het operationele plan. Ondernemers willen zekerheid over de continuïteit van beleid en die wordt op deze manier verzekerd.

Foto: Rahbek Media / Unsplash.com

3. Bewust zijn van beleidsinstrumenten die nu al de biobased economie ondersteunen en continue streven naar beleidscoherentie

Natuurbeleid, mestbeleid, verpakkingsbeleid, landbouwbeleid, waterbeleid, ga zo maar door. Al deze beleidsvelden raken aan onderdelen van de biobased economie. Dit betekent dat de beleidsinstrumenten onbewust al een versnellende of verhinderende invloed hebben op de totstandkoming van de biobased economie. Een daadkrachtige overheid is zich hiervan bewust, na bijvoorbeeld een diepgaande beleidsscan, en streeft ernaar om coherentie tussen die beleidsinstrumenten te bevorderen. Wij zagen dit gebeuren in een Poolse regio, waar geen enkel beleidsinstrument het label biobased had, maar waar er toch gestuurd wordt met bestaand beleid richting de realisatie van de biobased economie.

4. Voortbouwen op beleid van nationale en Europese overheid

Heel wat bedrijven zijn huiverig om te investeren in de biobased economie omdat het beleid per land kan verschillen in Europa. De EU speelt met haar beleid dan ook een belangrijke rol om de consistentie tussen de lidstaten te bevorderen en ervoor te zorgen dat bedrijven een gelijkwaardig speelveld hebben. Daarom is succesvol regionaal beleid, beleid dat aansluit bij de strategieën en instrumenten die vanuit de Europese Unie worden voorzien.

5. Sturen op verandering met geld, samenwerking en uitwisseling van informatie

Er wordt flink geïnvesteerd in onderzoek en innovatie. Dat is zeker nodig. Maar de voorloperregio’s hielpen ook samenwerkingen en netwerken opzetten tussen bedrijven, consumenten en kennisinstituten en hielpen bij de uitwisseling van onderzoeksresultaten. Ook leidden ze mensen op die straks werkzaam zullen zijn in de biobased economie. Een ideale overheid zet in op meerdere vormen van steun waar ondernemers behoefte aan hebben, niet louter via geld.

6. Neutraal ten aanzien van technologische innovaties

Als de overheid neutraal is ten aanzien van technologische innovaties kunnen de marktmechanismen hun gang gaan en is sprake van eerlijke overheidssteun. Voorbeeld is het succesvolle Moonshot programma in Vlaanderen om bedrijven te helpen circulair te worden. Er werd geen uitspraak gedaan over de technologische aanpak die gekozen zou moeten worden, maar die moesten de bedrijven juist zelf aandragen, op basis van hun mogelijkheden en middelen.

Als de overheid neutraal is ten aanzien van technologische innovaties kunnen de marktmechanismen hun gang gaan en is sprake van eerlijke overheidssteun. Foto: W. Elbersen.

7. Rekening houden met de ontwikkelingsfase en de steun aanpassen op wat sectoren in die fase nodig hebben

De ideale overheid houdt rekening met de fase waarin de biobased economie zich bevindt: initiatiefase, de groeifase en de volgroeide fase. Per fase is een andere soort overheidssteun nodig. In de initiatiefase is bijvoorbeeld vooral steun nodig om samenwerkingen op te zetten en onderzoek te financieren. In de groeifase is het goed om het consumentenvertrouwen verder te stimuleren, wetgeving af te stemmen en proeftuinen op te zetten. Ook zou de overheid in deze fase de hele keten van sectoren moeten ondersteunen, van partijen die biomassa leveren, logistieke partnersen verwerkers tot bedrijven die de biobased producten in de markt zetten. De overheid moet vooral de afval-, milieu- en primaire sectoren (landbouw, bosbouw en visserij) goed betrekken.

8. Gebruik afwegingskaders om beleidskeuzes te maken om de duurzaamheid te waarborgen

Wanneer de biobased economie van de grond komt, maken vele ondernemers gebruik van de aanwezige biomassa. De omgeving kan daardoor onder druk komen te staan en er kunnen conflicten en milieudegradatie ontstaan. Dit kan voorkomen worden door zorgvuldig met trade-offs om te gaan en win-win situaties op te zoeken. Afwegingskaders zijn daarom belangrijk en ook richtlijnen om duurzaam gebruik en verwerking van biomassa te waarborgen.

9. Laat nooit een crisis verloren gaan

Een crisis is vaak een goed momentum om grote veranderingen in beleid te introduceren. Een crisis kan ontstaan wanneer burgers zich zorgen maken over milieu-impact of boeren op zoek zijn naar nieuwe bedrijfskansen. Ook de coronapandemie en de overstromingen van Rijn en Maas in Zuid-Nederland zijn voorbeelden van een crisis. Ondersteuning van bedrijvigheid in de biobased economie kan hierdoor gekoppeld worden aan een urgentie of maatschappelijke uitdaging die in de regio breed gevoeld en gedragen wordt, zoals klimaatmitigatie of -adaptatie.

Berien Elbersen

Senior onderzoeker landgebruiksveranderingen en milieu

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *