Op mijn buik naast een rendier – Dag 2

Door: Mare van den Heuvel · 24 juli 2017
Categorie: Spitsbergen
  • Naam: Mare van den HeuvelMare van den Heuvel
  • Beroep/opleiding: Leerling tweetalig Gymnasium
  • Laatste bezoek aan Spitsbergen?  Nooit, dit is de eerste keer dat ik naar Spitsbergen ga.
  • Hoe ben je bij de expeditie gekomen? Ik reis mee met mijn moeder Martine van den Heuvel-Greve (Marine-bioloog, toxicoloog). Lees hier vanaf het begin van mijn avontuur.

“Rise and shine!” *not*

Ik werd om half acht wakker. Na zo’n woelige nacht als deze was ik nog vrij moe, maar ik wist me toch naar het hoofdgebouw van Mary-Ann’s te slepen voor het ontbijt. Gelukkig was ik niet de enige die zo weinig had geslapen. Toen we hadden ontbeten (dat was erg lekker trouwens), gingen we een kijkje nemen in het museum. Dit vertelde bijvoorbeeld over de geschiedenis van Spitsbergen (en dan vooral over de jacht).

In de zeventiende eeuw werden de fjorden en zeeën van Spitsbergen het jachtterrein van walvisjagers. Deze kwamen vooral uit Engeland en, helaas, Nederland. De Nederlandse Noordsche Compagnie had in de 17e eeuw tot 1660 gedurende het vangstseizoen traankokerijen in Smeerenburg. Dat ligt op het eiland Amsterdamøya (øya betekent eiland). Ze hebben geprobeerd er permanent te wonen, maar het overwinteren bleek niet te doen.

Halverwege de achttiende eeuw hadden de walvisjagers vrijwel alle walvissen rondom Spitsbergen weggevangen (maar dan vooral de Groenlandse walvis, daar konden ze makkelijk op jagen. Deze is tegenwoordig daarom heel zeldzaam.) Hierdoor verloren de walvisvaarders hun interesse in Spitsbergen. Zij maakten plaats voor andere jagers: de pelsjagers. Zij veranderden het vasteland in hun jachtgebied. In eerste instantie waren dit de Russische Pomoren. Later kwamen daar ook nog een paar jagers uit het noorden van Noorwegen bij. Zij focusten zich op ijsberen. Deze jacht had gelukkig niet zulke dramatische gevolgen als de walvisjacht, omdat de jagers alles op eigen houtje deden.

Toen we het wel een beetje gezien hadden in het museum (het was ondertussen al wel een tijdje later) bedachten we dat we naar de gletsjer konden wandelen om wat meer van het landschap te zien, en dat leek ons allemaal wel leuk. Dus rugzakken inpakken en hop, op pad.

Nestelende jagers en een heleboel rendieren

We waren nog maar net op weg toen we blijkbaar langs het nest van een kleine jager (vogel) liepen. Dat vond het beestje niet zo leuk. Het kwam er op neer dat hij ons probeerde aan te vallen, terwijl wij gebukt zo snel mogelijk het veldje doorkruisten, en ook nog een paar foto’s namen. Dus ja, we kunnen wel een beetje multitasken.

Zo’n vijf tot tien minuten nadat we de jager hadden afgeschud zag ik mijn eerste rendier. Hij was aan het grazen, een eindje naast de weg. Ik er dolenthousiast met mijn camera en verrekijker naartoe lopen, en dan maar foto’s maken. Niet wetend dat ik 1 ½ uur later op mijn buik naast één van de dieren zou liggen. Maar daar kom ik later op.

Een uurtje later hadden we al een stuk of zeven rendieren gezien, en ook redelijk wat sneeuwgorzen en –hoenderen. We liepen vrolijk babbelend over een pad naar de gletsjer. Het was vrij warm en de zon scheen. Naast de weg waren grote vlaktes, soms een huisje en een keer zelfs een gat met permafrost. Het was een fijne wandeling.

Zoals beloofd: op mijn buik naast een rendier

Toen we al een tijdje aan het lopen waren kwamen we bij een pad. En midden op dat pad stond, je raadt het al, een rendier. We slopen heel langzaam dichterbij, met onze camera’s in de aanslag. Hij keek een paar keer op, maar ging daarna gewoon verder met grazen. Dus wij nog dichterbij. Nog steeds geen reactie. Zo gingen we door, en we waren al heel dichtbij toen er een groepje hikers recht tussen ons door langs het rendier stormde. Dat was toch wel een beetje te veel voor het beest. Dus rende het weg. Bedankt, hikers.

We vervolgden onze tocht naar de gletsjer. Over een smal paadje (als je het een paadje kunt noemen) liepen we onder een rots door vol met nestelende kleine alken. Aan de andere kant was een grote modderrivier. En maar verder, over kleine beekjes, stenenvlaktes en sneeuw. Tot we niet meer verder konden: we zaten vast tussen de modderrivier en een erg steile helling. Dus gingen we maar weer terug (nee, we zijn niet echt bij de gletsjer geweest).

Rendier van dichtbij gefotografeerd op Spitsbergen

Dé foto van het rendier (bron: Mare van den Heuvel)

Op de terugweg kwamen we langs de plek waar het rendier had gestaan. Hij was er nog steeds, maar lag nu een eindje naast het pad in het gras. Michiel en ik pakten onze camera’s en beslopen het rendier opnieuw. We kwamen steeds dichterbij en uiteindelijk tijgerde ik over de grond om nog net iets verder te gaan, zonder het dier af te schrikken. Het lukte, en toen lag ik dus op mijn buik naast het rendier. Na een paar foto’s gemaakt te hebben, legde ik mijn camera weg zodat ik gewoon rustig kon kijken. Ik denk dat ik daar wel een kwartier lang gelegen heb. Ontzettend gaaf!

Museum walvisjacht op Spitsbergen

Maquette van de walvisjacht op Spitsbergen (bron: Mare van den Heuvel)

Overzicht van het museum

Overzicht van het museum (bron: Martine van den Heuvel-Greve)

De aanvallende kleine jager

De aanvallende kleine jager (bron: Mare van den Heuvel)

Permafrost in de grond

Permafrost in de grond (bron: Martine van den Heuvel-Greve)

 

Mare van den Heuvel

Mare van den Heuvel

Ik, Mare van den Heuvel, ben 13 jaar oud en van 16 tot 28 juli 2017 op Spitsbergen. Daar zal ik helpen bij het onderzoek dat er wordt uitgevoerd, o.a. door mijn moeder, en ik krijg een kans om te ontdekken hoe het leven er aan toe gaat op een van de noordelijkste nederzettingen ter wereld, het voormalige mijndorp (en nu onderzoeksstation) Ny-Ålesund. Via dit blog zal ik jullie op de hoogte houden van mijn belevenissen op het prachtige, ruige Spitsbergen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.