Hoe staat het met de transitie van het Nederlands bodembeheer?

Door: Saskia Visser · 13 augustus 2019
Categorie: Bodem en landgebruik

Afgelopen week publiceerde het IPCC het rapport ”Climate change and land”. Daarin werd gesteld dat land en bodem op dit moment al onder druk staan en dat klimaatverandering daar nog een schepje bovenop doet. Kort door de bocht concludeert het rapport dat als we onze bodems niet duurzamer gaan gebruiken, de bodem haar vermogen verliest om al haar (ecosysteem)diensten te leveren en dat we tegen 2050 onvoldoende voedsel van onze bodems kunnen halen om onszelf te voeden.

Wij onderschrijven zowel deze alarmerende conclusie, als de oproep om een transitie in gang te zetten. Hierbij is een algehele systeemverandering noodzakelijk. Zoals ik in mijn eerdere bodemblogs heb beargumenteerd, vormt de bodem letterlijk de basis die de transitie naar een duurzame een adaptieve samenleving mogelijk maakt. Er is een transitie nodig naar ‘duurzaam bodembeheer’. In Nederland gebeurt er op dit moment veel rondom bodembewustwording. Zo is het hele programma van het Bodem Breed 2019 gekoppeld aan de SDGs, organiseert LNV in september een ‘Bodem Top’, en werkt de “bodemcoalitie” aan een index voor duurzaam beheer. Maar hoe meet je je voortgang en ontwikkeling van een transitie?

Opbouwen en afbreken

Volgens de Dikke van Dale betekent de term ‘transitie’, een overgang of een verandering. In een transitie ga je dus van de ene situatie naar een andere. Als dat alles is zou je denken, hoeft het niet zo moeilijk te zijn. Je wisselt het ene in voor het andere, et voilà: transition is done. Maar helaas, zo makkelijk is het niet. Een duurzame transitie is een structurele verandering, gestuurd door op elkaar inwerkende en versterkende ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld economie, cultuur, technologie, instituties en natuur en milieu.

Een transitie is een vrij complex proces dus. Hoe stuur je een transitie en geef je daar richting aan? Derk Loorbach werkt met transitiemanagement, waarmee hij maatschappelijke problemen aanpakt door duurzame systemen te onderzoeken en te versterken. Volgens hem kan je via transitiemanagement een leerproces onder belanghebbenden in gang zetten, waarmee gelijktijdig een gezamenlijke ontwikkeling in gang wordt gezet. Loorback en Oxenaar (2018) hebben een beeld geschetst van de transitie als een proces van constructie en ontwrichting. Ze beschrijven de onderliggende patronen en dynamiek in hun X-curve, waarin de staat van de transitie in kaart kan worden gebracht. Transitiemanagement betekent dus zowel het sturen van opbouw van nieuwe systemen en afbraak van de huidige systemen.

 

Status van transitie naar een duurzaam agrarisch bodembeheer in Nederland.

Figuur 1. Status van transitie naar een duurzaam agrarisch bodembeheer in Nederland. De omvang van de cirkels geeft de relatieve status van de overgangsfase op basis van de professionele inschatting van de auteurs (Visser et al, submitted). De pijlen geven de richting voor de transitie aan, waarbij de groene pijl het pad beschrijft van het verschijnen van duurzaam agrarisch bodembeheer. De grijze pijl toont het pad voor ontwrichting en uitfasering van bestaande praktijken (Na Loorbach et al., 2017; in Visser et al. submitted)

 

Transitie van het Nederlandse systeem

Hoe is dit van toepassing op de Nederlandse agrarische bodem d.d. augustus 2019? Figuur 1 geeft een overzicht van de staat van de transitie naar een duurzaam beheerde agrarische bodem in Nederland 2019. In Visser et al. (submitted) beargumenteren we dat na jaren van optimalisatie, we in Nederland een landbouwsysteem hebben ontwikkeld dat dankzij kunstmest, pesticiden, zware machines en andere innovaties, maximale productie kan realiseren. Dat systeem is onder druk komen te staan. Dit kwam naar voren in het jaar van de bodem in 2015, alarmerende berichten over ‘zombiebodems” en sinds afgelopen week het IPCC rapport. Toch wordt er nog niet actief gestuurd op destabilisatie en ontwrichting van het huidige systeem. Wellicht biedt het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouw Beleid (GLB) daar mogelijkheden voor?

Een belangrijke voorwaarde voor het ontwrichten van het huidige en het opbouwen van een nieuw duurzaam systeem, is een gedeeld beeld van hoe dat nieuwe systeem er dan uit ziet. In Nederland zijn daarvoor de eerste stappen gezet door het ontwikkelen van een strategie voor duurzaam bodembeheer en de stelling dat alle bodems in Nederland duurzaam beheerd moeten zijn in 2030. Daarnaast is er een onafhankelijk regisseur voor de bodem aan gesteld door LNV, is er opdracht gegeven om de 0-situatie (de huidige kwaliteit van de Nederlandse bodems) vast te stellen met een landelijke meting, en is vastgesteld wàt we moeten meten om iets te kunnen zeggen over de kwaliteit van de bodem (daarover meer in een volgende blog). Ook zijn er veel lokale initiatieven die experimenteren met alternatieve landbouwmethoden, waarbij de bodem de basis is van de duurzame landbouwpraktijk; denk aan pixel farming, de Herenboeren en circulair terreinbeheer. Ze zijn er dus, die experimentele innovaties die we kunnen versnellen en laten groeien.

Het nieuwe normaal

Gebaseerd op figuur 1 kunnen we dus wel stellen dat in Nederland de transitie in gang is gezet. Maar op dit moment hebben we nog niet alle antwoorden en oplossingen paraat die nodig zijn om het ‘nieuwe normaal’ qua bodembeheer vorm te geven. Ook zijn er nog onvoldoende oplossingen en gekoppeld beleid paraat om het huidige system op grote schaal te vervangen. Naast de parameter-set voor het meten van bodemkwaliteit, moet er bijvoorbeeld ook een gedragen indicatie komen van de streefwaarden voor al deze parameters. De boer moet de keuze krijgen uit goede beheermaatregelen die de bodemkwaliteit verbeteren én economisch uit kunnen. Er is meer onderzoek nodig. Echter zijn we ervan overtuigd dat het potentieel binnen handbereik ligt als alle partijen samenwerken om de transitie naar duurzaam beheerde bodem vorm te geven.

Wageningen University & Research doet mee als partner in diverse consortia die kennis ontwikkelen voor duurzaam bodembeheer in praktijk, op verschillende ruimtelijke schalen. Denk aan de Groene Cirkels op regionale schaal, de PPS beter bodembeheer op nationaal niveau en het European Joint Programming Agricultural Soils Under Climate Change op Europese schaal. Op deze wijze zorgen we als WUR voor dat kennis wordt overgedragen en dat ambities van diverse doelgroepen op elkaar worden afgestemd: Finding Answers Together.

Door Saskia Visser en Saskia Keesstra (Wageningen Environmental Research)

Referenties

  • Loorbach, D., Oxenaar, S., 2018. Counting on Nature; transitions to a natural capital positive economy by creating an enabling environment for Natural Capital Approaches. Report
  • Françoise Johansen, Derk Loorbach, Annemiek Stoopendaal2018, Exploring a transition in Dutch healthcare. Journal of Health Organization and Management
  • Visser, S.M., Keesstra, S.D., Maas. G., de Cleen, M., Molenaar, C. (submitted). Soil as a basis to create enabling conditions for transitions towards sustainable land management as a key to achieve the SDGs by 2030. (Under review in Land)
Saskia Visser

Saskia Visser

Als programmaleider Circulaire en klimaatneutrale samenleving bij Wageningen Environmental Research ontwikkel ik toegepaste onderzoekslijnen op het gebied van bodemgezondheid, optimalisatie van landgebruik, databeheer voor landgebruiksplanning en klimaatslim landgebruik. Ik heb een speciale focus op het proces van het transformeren van wetenschappelijke kennis in toepasbare tools en oplossingen voor eindgebruikers. Dat kunnen zowel beleidsmakers, bedrijven als de agrarische gemeenschap zijn.

Er zijn 2 reacties.

  1. Door: Wout Veldstra · 15-08-2019 om 15:08

    Ik begrijp dat je graag onderzoek doet als je bij de WUR werkt, maar hebben we daar nog wel tijd voor? De transitie in de landbouw had 10 jaar geleden al moeten beginnen en op veel plaatsen is er op regionale schaal ook al iets (vergeet de voedselbossen niet!)op gang gekomen gelukkig. Er is vooral ervaring nodig; die hebben we verloren!

  2. Door: Saskia · 16-08-2019 om 15:19

    Hai Wout, Ik kan je grotendeels gelijk geven. Er is ervaring nodig, in de praktijk, dat gebeurd o.a. in alle regionale initiatieven. Daarnaast moet er geïnvesteerd worden in ander onderwijs, zowel op WU niveau, als op HBO en MBO niveau. Ik denk dat onderzoek nodig blijft, meer in samenwerking met de praktijk, om vooral de transitie versnellen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *